Ann Demeester: “Louter esthetische kunst interesseert mij niet”


Er bestaat geen scheiding tussen de verschillende kunststromingen, alleen maar verbindingen. Dat zegt kunstcriticus Ann Demeester, nu ruim een jaar directeur van het Frans Hals Museum en de Hallen en oud-directeur van kunstcentrum de Appel. Kunst is continu volgens haar. “Oude kunst krijgt een nieuwe betekenis als je het bekijkt vanuit het nu en omgekeerd. Het is jammer als men kunst niet actualiseert. Het is onze opdracht als museum een collectie niet alleen te beheren, maar er ook voor te zorgen dat mensen een connectie blijven voelen.”

Ann Demeester

inga powilleit photography

Was het een uitdaging om in het Frans Hals en de Hallen te gaan werken?

“Zeker, de grootste uitdaging voor mij is een combinatie te maken tussen oude kunst en hedendaagse kunst. Het lastige is dat je twee gebouwen hebt. Twee uiteenlopende kernen in de collecties, breng daar maar eens verband in aan. Het is een gewilde uitdaging dat wel, ik heb hem echt opgezocht.”

Is het mogelijk oude meesters en moderne kunst met elkaar te combineren?

“Een aantal musea in Europa is daar al langer mee bezig, onder meer de National Gallery in Londen, het Rijksmuseum, het Mauritshuis en het Kunstpalast in Düsseldorf. Ik vind het een logische combinatie, alleen moet je je constant afvragen hoe dat te doen. Kunst is in wezen niet gebonden aan een periode. Kunst bestaat al sinds de grotschilderingen en van toen naar nu vormt één geheel in mijn ogen. In de kunstgeschiedenis is alles opgedeeld in periodes. Barok, renaissance, hedendaagse  kunst. Als bezoeker heb je die indeling niet altijd nodig. Het gaat vooral om de ervaring die je hebt met kunstvoorwerpen en kunstideeën.”

Hoe gaan jullie oud en hedendaags combineren?

“We werken telkens met andere formats. De meest voor de hand liggende manier is om hedendaagse schilders naast oude meesters te hangen. We zijn voorzichtig begonnen kunstenaars de opdracht te geven een nieuw werk te maken op basis van gebouw en collectie. Vorig jaar hadden we filmmaker Arnoud Holleman. Hij maakte in de schutterszaal een film over kijken en bekeken worden in het museum. Volgend jaar zal een jonge kunstenares een sculptuur bouwen in de zalen waardoor de bezoeker anders kijkt naar de huidige collectie. We laten zien waar hedendaagse kunstenaars mee komen om zo iets toe te voegen aan wat er al is in het museum. Ieder seizoen een andere methode. Gebruik je steeds hetzelfde recept, dan wordt het saai en prikkelt het niet meer om het museum te bezoeken.”

Je bent directeur van twee musea. Het Frans Hals is gericht op oude meesters en de Hallen op hedendaagse kunst. Daar ligt die combinatie al.

 

 

“Ik denk dat het voor veel mensen niet duidelijk is dat het Frans Hals en de Hallen een band hebben. Wij willen dat duidelijker naar buiten brengen.”

Je wilt ze samenvoegen?

“Ze zijn eigenlijk al één, dat is ook de paradox. Eén team met één collectie, maar in de communicatie en de programmering naar buiten hebben we het altijd apart gehouden. We willen dat nu veranderen zodat mensen zien dat we één zijn, oude kunst en hedendaagse kunst samen.”

Waarom is dat zo belangrijk?

“Kunst is continu. Er bestaat in de kunst geen echte scheiding tussen de stromingen. Dat noemen wij intern de hedendaagsheid der dingen. Oude kunst krijgt een heel nieuwe betekenis als je het bekijkt vanuit het nu. Hedendaagse kunst heeft altijd zijn wortels in de geschiedenis. Een Frans Hals kan even actueel zijn als een werk van Jeff Koons, en omgekeerd. Als kunstenaar ben je geen blanco blad, je krijgt van alles mee in je opvoeding en dat beïnvloedt wat je maakt.”

Dat hedendaagse kunstenaars geïnspireerd raken door het verleden ligt voor de hand, maar hoe verwijst een Frans Hals naar het nu?

“Je kunt zeggen dat een schilder uit de zeventiende eeuw niets meer met onze tijd te maken heeft. Kijk je echter naar de kunstgeschiedenis, dan leeft Frans Hals nog voort. In de achttiende eeuw werd hij afgezet als iemand die zijn talent verloor en slecht ging schilderen. In de negentiende eeuw is er een omwenteling, mensen als Cezanne en Manet vinden hem geniaal. Zijn moderne manier van schilderen noemden ze impressionistisch, hij was zijn tijd ver vooruit. Nog steeds zijn er kunstenaars die geïnspireerd raken door zijn schildertechniek. Je moet oude kunst constant in relatie tot het nu zien. Het is interessant om niet alleen te kijken naar de historische waarde. Wat heb je er nog meer aan behalve dan dat het mooi is?”

Wat zou dat kunnen zijn?

“De regenten die vroeger veel werden afgebeeld, zijn de tegenwoordige ceo’s van bedrijven die zich met liefdadigheid bezig houden. Hoe gedroegen dat soort ondernemers zich toen en hoe nu? Wat zegt dat over liefdadigheid door de eeuwen heen? Als je oude kunst niet actualiseert, dan wordt het een relict uit het verleden. Dan zien mensen niet meer de connectie met hun eigen leven. Zie je er telkens weer nieuwe betekenis in, dan blijft het levendig. Opdracht van het museum is de collectie niet alleen te beheren maar er ook voor te zorgen dat mensen die connectie blijven voelen.”

Waarom is dat zo belangrijk?

“Kijk naar de piramide van Gizeh, iets heel mysterieus uit het verleden. We hebben er niets meer mee, maar het kan ons nog veel leren over deze tijd. Het is echt jammer als je kunst dood verklaart en niet vertaalt naar het nu.”

Jouw expertise ligt meer op het gebied van hedendaagse kunst, ligt daar ook je voorkeur?

“Nee, anders had ik deze baan niet aangenomen. Van actuele kunst heb ik meer kennis, dat wel. In dit museum is gelukkig zeer veel expertise rond oude kunst. Een directeur moet vooral de grote lijnen kunnen zien en open staan voor het hele kunstveld. Ik zie mezelf als iemand die een brede interesse heeft in kunst en cultuur. Mijn hart ligt bij kunst an sich, ik weet alleen meer van moderne kunst. Als je in een museum werkt met alleen hedendaagse kunst, dan richt je je op één periode. Ik wilde graag deze baan omdat het Frans Hals zich richt op de zeventiende eeuw tot nu. Dat is voor mij het bijzondere aan dit museum.

Veel mensen snappen moderne kunst niet.

“Deze veel gehoorde klacht over moderne kunst is van alle tijden. Van de impressionisten snapte ook niemand iets. Ze vonden het verwerpelijk. De kunst die uit de eigen tijd komt, is voor veel mensen wezensvreemd. Dit terwijl het eigenlijk heel dichtbij zou moeten voelen want die kunstenaars weerspiegelen de huidige tijd. Ik ben geen expert in oude kunst daarom bekijk ik het altijd met een extra dosis verwondering. Ik begrijp de voorstelling, maar je kunt niet precies doorgronden wat oorspronkelijk de betekenis in de eigen tijd was. Bij een kunstwerk van nu kun je nog heel goed achterhalen wat de kunstenaar er mee wil.”

Hoe kan het dan toch dat veel mensen het niet begrijpen?

“Daar pieker ik ook over. Ik begrijp wel waarom mensen het moeilijk vinden, maar dit is de wereld waar we nu in leven. Het vertrouwde is natuurlijk altijd makkelijker. Of het nu gaat om eten of kunst. Ik heb zelf soms ook moeite met nieuwe dingen bijvoorbeeld met nieuwe softwareprogramma’s of de handleiding van de meest recente smartphone. In het begin denk je, ik snap hier niets van, weg ermee. Later ontdek je dat het toch wel handig is. Het is ook een soort gewenning, sommigen staan open voor het onbekende en anderen vinden nieuwe dingen bedreigend.”

Hoe komt dat?

“Ik denk dat er verschillende groepen mensen zijn. De één omarmt het nieuwe en de ander wil er niets mee te maken hebben. Dat is ook van alle tijden. Vroeger had je ontdekkingsreizigers, die trokken de wereld in. Anderen bleven liever thuis.”

Hoe krijg je die groep wat meer behoudende toeschouwers ook binnen?

“Dat is een van onze grote uitdagingen. Je wilt zo veel mogelijk mensen in aanraking brengen met hedendaagse kunst, hoe apart deze ook is. De tactiek die we nu hanteren is zo veel mogelijk uitleg geven. Wat zou de kunstenaar bedoeld hebben, waar heeft het werk mee te maken? Dat moet mensen het gevoel geven, dat die kunst niet zo ver van ze af staat.”

Is het belangrijk dat mensen kunst begrijpen?

“Ik denk persoonlijk van niet. Het is soms eerder een handicap als je het probeert helemaal te begrijpen, dan wordt het een wiskundig vraagstuk. Ik denk dat in het niet begrijpen veel moois schuil gaat, maar dat is een bijna esoterische opvatting. Veel mensen willen de kunst per se totaal doorgronden en ontrafelen.  Als museum zoek je naar het evenwicht tussen uitleg geven en bezoekers laten accepteren dat niet begrijpen ook goed is. Het belangrijkste is de connectie tussen toeschouwer en kunst. Er zijn natuurlijk mensen die meteen zeggen: ‘I am feeling it en als je me meer informatie geeft, voel ik het nog meer’. Ik kan moeilijk tegen alle bezoekers zeggen, ga nou maar voelen. Dat willen sommigen gewoon niet, daar kun je als museum niet omheen.”

Als je het gevoel er niet bij hebt, kun je kunst dan toch mooi vinden?

“Sommige mensen wel, dat heeft met voorkeur te maken. Een kwestie van smaak dus. Ik probeer altijd te stimuleren dat mensen een connectie voelen, maar als dat niet gebeurt, is het geen catastrofe. Niet iedereen kan alle kunst waarderen. De openheid om te willen kijken is het belangrijkste.”

Wat kan jij niet waarderen?

“Ik hou van zeer conceptuele kunst. Een groot avontuur waar je echt moeite voor moet doen. Kunst die louter intellectueel is, koud en steriel, daar heb ik moeite mee. Er moet wel een beroeringscomponent in zitten. Joseph Kosuth bijvoorbeeld heeft aangetoond dat filosofie een vorm van kunst kan zijn. Ik kan waarderen wat hij doet, maar persoonlijk word ik er niet warm of koud van. Ik hou meer van Robert Barry, ook zeer conceptueel, maar er zit altijd een element van humor in. Mijn mening verandert wel in de loop der jaren. Vroeger had ik een enorme hekel aan Jeff Koons met zijn porseleinen beeldjes. Nu kan ik hem echt waarderen, eigenlijk maakte hij de popart van de jaren negentig.”

Waarom nu wel en toen niet?

“Ouder worden natuurlijk en dingen meer in perspectief zien. Ik ben me er ook meer in gaan verdiepen. Je moet accepteren dat je smaak evolueert, want dat heeft er mee te maken.“

Je hebt ooit gezegd, ik houd van intens moeilijke kunst.

“Ik houd van dingen die mij scherp houden, die je nieuwsgierigheid prikkelen en spannend zijn. Kunst die alleen maar mooi is, daar kan ik niet zoveel mee. Het louter esthetische interesseert mij niet. Daarom ben ik eerst in de moderne kunst beland. Nu vind ik oude kunst even fascinerend, een nieuw veld. Ik moet daar continu nieuwe kennis over opdoen. Dat is ontzettend spannend, je ogen opnieuw trainen, anders leren kijken.”

Hoe moet je naar kunst kijken?

“Het is eigenlijk heel simpel. Net als bij sport moet je het gewoon veel doen. Dus heel veel kunst zien, je ogen oefenen, er over lezen en je laten leiden door de experts. Ook oog hebben voor detail, voor wat je pas op het tweede gezicht ziet. Het zou mooi zijn wanneer kinderen al een basis mee krijgen op school.”

Kan iedereen uiteindelijk kunst beoordelen?

“Iedereen mag zijn eigen mening hebben, maar dat moet niet bepalen wat een museum doet. Een museum wordt vormgegeven door experts, die dag in dag uit bezig zijn met kunst. Zij bepalen niet wat de bezoeker mooi moet vinden, maar zij beslissen wel over de collectie en de tentoonstellingsprogrammering. Hoe zeer onze samenleving ook gericht is op participatie, een eigen mening hebben maakt je nog niet deskundig.”