,

3 vragen aan… Karien Beijers

“Focus op dagelijkse handeling geeft voldoening”

In het dagelijks leven is Karien Beijers vaak in gedachten en zich nauwelijks bewust van haar omgeving. Haar video’s over hoe de mens zich verhoudt tot de ruimte om zich heen gaan over het tegenovergestelde. Het fascineert Beijers om te laten zien hoe je fysiek aanwezig bent. Ze haalt haar inspiratie uit kunst, boeken en alles wat ze op straat voorbij ziet komen, dat verbonden is aan dagelijkse handelingen. “De moeite die je doet in een gewone beweging vind ik heel mooi. We staan te weinig stil bij normale handelingen terwijl die zo belangrijk zijn.”

Hoe komt jouw werk tot stand?

“Ik laat me inspireren door de ruimte waar ik me in bevind, meestal de plek waar ik werk of die ik tijdelijk in gebruik heb. De lichtval, de verhoudingen, de afmetingen van de ramen, alles speelt mee of een ruimte me aanspreekt. Er ontstaat al gaande een relatie met de omgeving. Door bewust aanwezig te zijn en gewone handelingen te verrichten als schoonmaken, ontdek ik de ruimte. Ik maak schetsjes en foto’s van wat me opvalt. Uiteindelijk worden het video’s over hoe de mens zich verhoudt tot de ruimte om zich heen.”

“Het fascineert me om te laten zien hoe we fysiek aanwezig zijn. Kinderen spelen daar ook mee. Ze verstoppen zich, maar willen tegelijk ook gezien worden. Ik dek ramen af om de buitenwereld af te sluiten en toch komt het licht gefilterd binnen. Het is een spel van aan- en afwezigheid. Ik heb een video gemaakt waarbij ik in een gordijn gewikkeld over een vensterbank balanceer. Het was een hoog raam, ik paste er precies voor en de gordijnen gingen heel stroef. Dat gaf een mooi beeld, die voeten en het gordijn dat niet wilde. De wrijving geeft weer hoe je je verhoudt tot een ruimte, dat heeft ook een bepaalde stugheid soms.”

Is er een vertaalslag te maken naar het gewone leven?

“Ik denk dat we nog maar weinig bewust fysiek aanwezig zijn. In deze tijd zijn we vooral virtueel aanwezig. De wrijving en stroefheid van het echte leven wordt niet meer gevoeld. De virtuele wereld heeft weinig te maken met ‘echt’ zijn. We staan niet stil bij normale handelingen terwijl die toch belangrijk zijn. De moeite die je doet in die gewone beweging vind ik mooi. Zoals vegen, schoonmaken, ramen sluiten of gordijnen openen. In mijn video’s wordt de ruimte meer dan een ondergrond waar het dagelijks leven en werk zich afspelen.”

“Mensen vinden mijn video’s soms grappig of absurd. Ik doe dat niet expres, maar ik tast wel de grens af tussen humor en eigenaardigheid. Volwassenen verkennen een ruimte niet meer zoals kinderen, die zijn nog steeds intuïtief. Als ze een inham zien of een nisje gaan ze er gelijk in zitten. Ze zetten zich klem tussen de muren om te voelen of het past, dat doe ik ook. Het is een verkenning. Ik wil mensen deze andere manier van kijken naar je omgeving meegeven.”

Wat doe je het liefst, fotograferen of filmen?

“Ik ben begonnen met fotografie met mezelf als model. Het was een gevecht met de tijd om de camera te bedienen en ook nog te poseren. Ik zag de foto’s steeds achteraf en kon daarna mijn houding pas weer corrigeren. Iets van beweging zit ook al in mijn foto’s. Je ziet bijvoorbeeld alleen mijn benen die een beweging maken, die lijkt op fietsen. Beweging heb ik altijd al fascinerend gevonden. De overstap naar video is dan ook vanzelfsprekend, ik kan er meer mee. Het thema ‘hoe je ruimte gebruikt’ daar ga ik voorlopig mee door, geluid krijgt daarbij een prominentere rol.”

Karien Beijers
Karien Beijers
Karien Beijers
,

3 vragen aan… wethouder kunst en cultuur Jur Botter

“Ik kan van kunst heel emotioneel worden”

Portretfoto van Jur Botter, wethouder Kunst en Cultuur in Haarlem‘’Haarlem kent een rijk cultureel leven. De stad geldt als broedplaats voor kunstenaars, muzikanten en dichters’’, aldus Jur Botter. Het streven van de wethouder is om kunst en cultuur voor iedereen toegankelijk te maken.

Botter wil meer kunst in de openbare ruimte en dat zoveel mogelijk inwoners kennisnemen van de schatten in de Haarlemse musea.

“Het liefst investeer ik het geld dat we binnen krijgen via de toeristenbelasting in kunst en cultuur. Met die extra inkomsten zou ik een mooi dekkend netwerk kunnen creëren met daarin de verschillende instellingen.”

 

Hoe komt het dat er in Haarlem zo veel te doen is op het gebied van kunst en cultuur?

“Haarlem biedt een voedingsbodem voor creativiteit. Het heeft vooral te maken met het feit dat Haarlem een mooie historische stad is met een gunstige ligging dicht bij Amsterdam. Het is voor veel kunstenaars een prettige vestigingsplek. In Haarlem hebben we oude kunstcollectieven, die nog steeds veel mensen aantrekken, maar er ontstaan ook nieuwe kunstontwikkelingen, denk bijvoorbeeld aan 3D-printing.”

“Het is wel allemaal wat gepolijst tegenwoordig. Er zijn nog maar weinig rauwe randjes over, die waren er vroeger wel. Haarlem had kraakpanden met een underground scene, met eigen cafeetjes en een bioscoop. Het is nu meer ‘bovengronds’. Er zijn wel nieuwe initiatieven in het sfeertje van vroeger, zoals in de Koepel en de Fietsfabriek. Gather is ook een goed voorbeeld, een ruimte waar designontwerpers hun producten tentoonstellen.”

Wat is in zo’n stad vol initiatieven de rol van de wethouder?

“De wethouder is een figuur op de achtergrond, die zorgt dat de gemeente faciliteert in geld en locaties. Het college probeert de nota kunst en cultuur voor acht jaar vast te leggen. Anders ben je het kunstbeleid net aan het uitwerken en is je bestuursperiode (4 jaar red.) alweer voorbij. Nu de economie aantrekt, denkt men dat er bij de gemeente meer geld beschikbaar is. Er worden veel nieuwe initiatieven bij ons onder de aandacht gebracht, waar de lopende nota tot 2020 niet in voorziet.

We zullen moeten kijken naar een ad hoc verdeling van de potjes. Daarvoor heb ik een korte notitie geschreven die twee weken geleden in de commissie is besproken. De grote instellingen in Haarlem hebben ook geld nodig. Het Frans Hals en de Hallen willen een verbouwing van 6 miljoen. Het Dolhuys heeft voor 2 miljoen achterstallig onderhoud en de centrale bibliotheek moet ook opgeknapt worden. Wat mensen nog weleens vergeten is dat de gemeente geen geld over heeft. We hebben een schuld van 456 miljoen euro. Geld beschikbaar hebben, is een heel relatief begrip.”

“Een nota kan opengebroken worden en aangepast, maar nu is het geen gunstig moment. In maart zijn er gemeenteraadsverkiezingen. Als ik nu een nieuwe nota zou maken en straks niet als wethouder cultuur terugkom, zit mijn opvolger ermee opgescheept. Het is not done om binnen een halfjaar tot de verkiezingen drastische wijzigingen aan te brengen.”

Hoe belangrijk is kunst voor de inwoners van een stad?

“Kunst is van levensbelang. Het zet mensen aan tot nadenken, emotioneert en brengt ons in vervoering. Kunst zorgt dat je even loskomt van de wereld waarin je leeft. Ik kan van bepaalde kunstwerken heel emotioneel worden. Van huis uit ben ik niet met kunst opgegroeid, ik heb het leren waarderen. Mijn vrouw en ik nemen geregeld uit andere landen handwerk achtige dingen mee naar huis. Schilderijen, maar ook mantels met borduursels of beeldjes.

In mijn werkkamer hangt een prachtig schilderij van de Grote Markt rond 1700. Ik zou het enorm spannend vinden als ik daar in die tijd een dag rond zou kunnen lopen. Ook heel bijzonder vind ik de Gravenzaal in het gemeentehuis, een plek waar al honderden jaren wordt vergaderd. Ik vraag me weleens af wie ben ik dat ik daar mag werken. Voor iemand die op de mavo is begonnen, is het toch mooi om dit mee te mogen maken.”

(kunst uit de collectie van Jur Botter)

3 vragen aan… Kunstenaar Ada Leenheer

“Ik begin bij chaos en eindig bij structuur”

Niet meer dan twee kunstwerken per maand maakt Ada Leenheer. Ze werkt langzaam, geniet van het handwerk en het materiaalonderzoek. Leenheer neemt de wereld in zich op en probeert orde en helderheid te scheppen. De drang om de beelden in haar hoofd vorm te geven, is niet te stoppen. In haar atelier in IJmuiden gaat er een heel proces vooraf aan haar kunstobjecten. “Ik maak iets, vernietig het en bouw weer op.”

Ada Leenheer

Waar gaan jouw kunstwerken over?

“Ze gaan over de chaos om ons heen. Ik vind het verbijsterend dat die warboel kan bestaan en dat we het accepteren. We kijken op televisie naar beelden van een oorlog, daar bovenop staat een foto van de kinderen en tegelijk drink je koffie met je moeder. Het is toch raar dat die beelden allemaal door elkaar heen lopen. Die kluwen van scenes zie ik de hele dag, ik bekijk alles los van elkaar. De chaos is geen last voor mij, zo observeer ik de wereld nu eenmaal.”

Ada Leenheer

“Toen ik net van de kunstacademie kwam, kon ik geen samenhangend schilderij maken. Ik werkte met lagen, de ene laag over de andere. Losse fragmenten zonder verbinding. Met kleur of vorm liet ik eenheid ontstaan zoals de werkelijkheid dat ook is. Ik imiteerde het echte leven op een schilderij. Tegenwoordig maak ik kunstwerken van verschillende elementen. Ze mogen naast elkaar bestaan en hoeven niet persé een eenheid te vormen. Dit is een groeiproces van jaren geweest. De vorm van een schilderij vond ik te dwingend. Ook merkte ik dat ik zo goed kan schilderen, dat het me beperkt. Ik neigde te veel naar perfectionisme. De beelden in mijn hoofd geef ik nu weer in kunstobjecten, zo ben ik vrijer.”

Hoe komt je werk tot stand?

“Als ik begin, vergroot ik eerst de chaos. Ik verzamel losse stukken beschilderd linnen, hout, touw, epoxy, het kan van alles zijn. Dan ga ik knippen, plakken en combineren. Gaandeweg ontstaat er iets. Ik heb nog geen idee wat ik aan het doen ben, maar zoek naar een beeld om een voor mij helder verhaal te verduidelijken. Ik maak iets en vernietig dat om vervolgens uit de stukken iets nieuws op te bouwen. Het begint bij warboel en eindigt bij orde, althans dat is de bedoeling. Eigenlijk is het schijnbare orde, je creëert op het oog structuur, maar die plaats je weer in een wereld vol chaos. Alles is relatief, een schijnbare ordening dus. In de warboel om mij heen constateer ik xenofobie, macht of eenzaamheid. Dat komt terug in mijn werk.”

Ada Leenheer

Waar haal jij je inspiratie vandaan?

“De beelden in mijn hoofd ontstaan tussen waken en slapen. Ik probeer te begrijpen waar ze vandaan komen. In mijn werk zitten vaak fabelachtige beesten en veel ogen, die staan voor gezien worden of juist niet. Het is moraliserend en vol Bijbelse motieven. Ik kom uit een streng gereformeerde achtergrond en dat heeft consequenties voor hoe ik de wereld bekijk. Die herkomst laat me niet los, maar daar heb ik geen moeite mee. Bij wat ik maak, ben ik me bewust van wat me drijft.”

“Ik werk met hart en ziel om alle kanten van de werkelijkheid te laten zien. Je kunt mijn objecten vergelijken met columns. Ik geef mijn mening op de wereld met materialen in plaats van met woorden. Mijn doel is de werkelijkheid zo neer te zetten dat het verwondering brengt en daardoor tot nieuwe inzichten leidt. De titels van mijn kunst zijn altijd werkwoorden: meenemen, dragen, slepen, vallen, spelen. Het is een zoektocht door het leven. Wat gaat er schuil achter alledaagse handelingen? Met deze vraag wil ik tot de kern komen. Beeldend werken geeft me de mogelijkheid de wereld even tot stilstand te brengen, dan kan er worden nagedacht en is er een moment van rust.”

Nieuwsgierig naar meer werk van Ada? Bekijk dan ook haar Kunstlijn Haarlem portfoliopagina: /kunstlijner/ada-leenheer

3 vragen aan… Kunstenaar Pieter Berkhout

“Mijn werk gaat over ritme en leegte”

Als kleine jongen zat Pieter Berkhout vaker binnen te tekenen dan buiten te spelen met vriendjes. In al die jaren is er niet veel veranderd. Beeldende kunst bekijken en maken is wat hij het liefste doet. Berkhout kan uren achtereen scheppend bezig zijn, vooral midden in de nacht. “Je ziet het werk onder je handen ontstaan, zo spannend, ik kan dan niet meer stoppen.”

Ben je schilder of fotograaf?

“Schilderen en grafiek, daar ligt mijn hart en ervaring! Ik schilder ook met mijn foto’s, maar dan in de computer. Ik spuit er verf op en stoei net zolang tot het een grafisch werk wordt. Als je zo met fotografie omgaat, ben je een schilder. Het bewerken van foto’s is tegenwoordig totaal anders, je werkt niet meer in de doka, maar laadt je foto’s in de computer en werkt met digitale instellingen. Op reis fotografeer ik het meest, maar ik ga niet meer voor iedere foto naar buiten. In tien jaar tijd heb ik een gigantisch fotoarchief opgebouwd. Daar pak ik wat uit en ga aan de slag. Het is natuurlijk wel zo, dat als je niet meer fotografeert je ook niet op nieuwe ideeën komt en er geen ontwikkeling in je grafisch werk zit.”
“Als ik wel met mijn camera op pad ga, is dat zonder voorbedachte rade. Ik kijk meestal naar boven of naar beneden, in ieder geval niet vaak waar de meeste mensen naar kijken. Figuurlijk gesproken ben ik altijd bezig de straat op te ruimen, zodat er geen dingen te zien zijn die ik niet in beeld wil hebben. Bijvoorbeeld auto’s, een steiger of passanten. Een van de manieren waarmee je alles dat afleidt kunt buitensluiten, is werken met veel tegenlicht zoals bij een lage zon bijvoorbeeld. Je ziet dan alleen nog grote zwarte vormen. Daarnaast kun je spelen met scherpte dus één ding heel scherp waar de nadruk op komt te liggen en de rest onscherp.”

Pieter Berkhout - Mirror selfie

Hoe kom je tot een goede foto?

“Ik zie patronen op de grond of op een gevel waar ik later grafisch verder mee kan. De basis is niet altijd een goede foto. Het is de kunst om na afloop de foto te optimaliseren of zelfs te veranderen. Je kunt meerdere foto’s samenvoegen of steeds een nieuwe laag aanbrengen van dezelfde foto. Het kost heel wat uurtjes om tot iets interessants te komen, maar daar geniet ik van. In korte tijd heb meerdere versies van een werk. Van te voren weet ik niet waar het kunstwerk heen gaat, ik laat me verassen. Na bewerking herken je de originele foto niet meer, het is een grafisch werk geworden. Digitale grafiek.”

Wat wil je vertellen met je kunst?

“Mijn werk gaat meestal over leegte. Dat klinkt misschien gek, ze zijn vaak vol, maar bedoeld als leeg. Ik wil leegte laten zien die rust geeft. In mijn werk zit zoveel herhaling van een patroon dat het weer stil wordt. Als ik nog een laag aan zou brengen, wordt het egaal grijs. Leegte kan negatief zijn, maar het moet juist prettig voelen, je moet je er in kunnen verliezen. Wellicht omdat ik teveel drukte heb gehad in mijn leven, heb ik zo’n behoefte aan rust. Jaren geleden maakte ik bijna lege schilderijen met alleen witte vlakken en aan de zijkanten wat strepen. Door zoveel mogelijk weg laten, blijft de essentie over.”
“Mijn schilderwerk en fotografisch werk lijken op elkaar ook al zie je dat niet direct. Mijn schilderijen moeten spontaniteit uitstralen, maar over ieder streepje is nagedacht en datzelfde geldt voor mijn grafisch werk. Eigenlijk zijn het ritmische patronen als muziek, echt boeiend. Ik kan verlangen naar mijn atelier, kunst maken is voor mij geen werken maar spelen. De komende 25 jaar kan ik hier zeker nog mee verder.”

 

Annelien Kers: “Kunst mag ook gewoon mooi zijn”

Annelien Kers is alweer ruim een jaar artistiek coördinator bij de Vishal, ze is eigenaar van Kers Gallery en bedenker van de veiling Ongekend met werk van jonge kunstenaars. Tijdens het Kunstlijn weekend is ze samen met Marc Mulders curator bij het Dolhuys. Ook zal ze op geheel eigen wijze de overzichtstentoonstelling in de Vishal verzorgen: “Ik breng het gebouw en de kunst bij elkaar, door één hangende installatie te maken van alle werkjes van de kunstenaars. Zo vormen ze samen een mooie combinatie. Het is belangrijk dat de bezoeker bij binnenkomst meteen ziet dat het geheel klopt.”

Wat zijn je toekomstplannen voor De Vishal?

“Ik heb in eerste instantie vooral gekeken naar het gebouw. Door de grote pilaren die voor de wanden staan is het moeilijk om hier een tentoonstelling in te richten. Voor het programma van volgend jaar heb ik veel site-specific installaties geregeld zodat kunstenaars in de Vishal aan het werk gaan. Ze maken ter plekke hun kunstwerken zodat we zeker weten dat het formaat past.”

Lees meer