Hans Looijen: “Ook onze geest heeft zorg nodig”

dolhuys_logo

Verwarde mensen zijn onbetrouwbaar, ze kunnen niet werken en je moet er geen relatie mee hebben, dat is de gangbare opvatting. Dat zegt Hans Looijen directeur van museum van de geest, Het Dolhuys. Hij wil waardering en begrip voor mensen die worden gezien als afwijkend. “Als je een depressie hebt gehad, tel je niet meer mee in onze maatschappij. Vertellen dat het niet goed gaat is nog steeds taboe. Je moet succes hebben en als dat niet lukt, had je beter je best moeten doen.”

Wat is het belang van dit museum?

Hans Looijen

Hans Looijen

“Iedereen snapt dat zorg voor het lichaam nodig is. We willen lang en gezond leven. Als we ziek zijn, gaan we naar de dokter. Onderhoud van je lijf is de normaalste zaak. Voor de geest geldt hetzelfde, maar die krijgt die aandacht niet. Pas als het helemaal mis is, doen we er wat aan. Het is heel belangrijk dat we ook voor onze geest zorgen. Wat kan de menselijke geest, wat kan er mis gaan en wat kan je er aan doen? Daar gaat Het Dolhuys over. Het museum biedt reflectie op de betekenis van de menselijke geest in een bijzondere omgeving. Het Dolhuys is een voormalig leprozen, pest- en ‘dollen’ huis. Dit doen we om waardering, onderkenning en begrip te krijgen voor mensen die worden gezien als afwijkend en daarom uitgesloten van de samenleving.”

 

 

Dat begrip is er nu niet?

“Nee. Als je op straat een verward persoon ziet lopen met al zijn bezittingen in drie plastic tassen, dan ben je op je hoede. Als iemand met krukken over straat gaat, kijk je niet eens op. Verwarde mensen zijn niet te vertrouwen, je moet erbij uit de buurt blijven is de algemene reactie. Iemand met kanker, gaat de strijd aan en iedereen doet zijn best om hem te genezen. Als je een psychose hebt gehad, tel je niet meer mee. Er werkt hier een jonge vrouw die even helemaal van het pad af was, nu gaat het goed met haar. Het hebben van een psychose betekent niet dat je voor altijd aan de verkeerde kant van het streepje zit. Het kan iedereen overkomen.”

Geestesziek is toch al meer geaccepteerd?

“Dat geldt maar voor een kleine ruimdenkende minderheid van de bevolking. Je ziet wel tegengestelde trends op het moment. Ik las gisteren dat onder jongeren falen hip is, je zwakheid tonen is niet meer erg. Een meisje in Engeland had foto’s van zichzelf gepost op facebook terwijl ze een angstaanval had. Petje af, dat is voor mij helemaal nieuw. Het zou fantastisch zijn als mensen meer open zijn, dat hebben we precies nodig. Het is nog steeds zo dat als jij bij mij solliciteert ik niet mag vragen of je van plan bent zwanger te worden, maar jij bent wel verplicht te melden of je ooit een psychose hebt gehad of dat je medicijnen gebruikt. Schandalig dat je een baan niet krijgt om het slikken van antidepressiva. Dat kan toch niet.”

“Mensen durven niet te vertellen dat het niet goed met ze gaat. We leven in een prestatiemaatschappij, je moet een succes zijn. Vroeger werkte we samen aan een betere samenleving. Nu is het allemaal marktdenken met een liberale insteek. Als mens moet je streven naar het beste. De beste school, de leukste partner, geweldige zonvakanties, het mooiste lijf en een glanzende carrière. Als dat niet lukt, had je beter je best moeten doen.”

Niet meer wij, maar ik.

“Ook materieel moeten we het allemaal beter hebben en op Facebook laten zien hoe fantastisch het is. We hollen achter dezelfde dingen aan zonder reflectie. We zien niet dat we een grote bubbel creëren en dat we daar vrijwillig instappen. Wij willen als museum mensen aan het denken zetten. Hoe dachten we vroeger over de geest en hoe doen we dat nu?”

Hoe zetten jullie mensen aan het denken?

“Bijvoorbeeld met het jubileumprogramma ‘De maakbare mens’. Iedereen wil volmaakt zijn. We gebruiken de slogan ‘Ooit een volmaakt mens ontmoet’. Hoe ziet het er in jouw hoofd uit? Op zondag is er een aparte rondleiding door ‘De Bovenkamer’, waar de bezoeker op ontdekkingstocht gaat door het puberbrein. We houden ook lezingen, recent nog ‘Hufters en helden’ over asociale mensen. Die lezing gaat over het maatschappelijke verschijnsel met mij gaat het goed, maar met de samenleving als geheel niet. Een Franse filosoof zei ooit: ‘I love humanity but I hate people.’ Dat vat het mooi samen.”

Het Dolhuys is een plek waar de geest en kunst elkaar ontmoeten, staat op jullie site.

“De geest kent vele facetten. Bij waanzin bijvoorbeeld is het een waan die de overhand krijgt op de realiteit. Maar wat is de realiteit, kun je je afvragen. Kunst is een taal om de werkelijkheid te beschrijven, heel boeiend. Er zijn verschillende talen van individuele kunstenaars. Toen ik hier kwam werken, heb ik gezegd dat ons programma moet gaan over kunst en kunde. Het beschrijven van het functioneren van de geest is kennis, de kunstwerken helpen het publiek om na te denken over de geest. Dat biedt ons museum als toegevoegde waarde.”

Jullie zoeken de grens op tussen normaal en abnormaal?

“Wij zoeken zelf die grens niet op, maar stellen vragen over die grens. Elke tijd definieert gedrag anders. Afwijkend gedrag kan een modus zijn van veranderingen in de samenleving. Ik zie het museum als een vehikel voor sociale veranderingen. Dat is ook het doel van een museum, een rol spelen in de samenleving. Rond 1900 geen geloof hebben, dat kon helemaal niet. Een homoseksueel moest vroeger in de psychiatrie, dat is nu ondenkbaar we hebben mensenrechten. Onze normen over wat geaccepteerd is verschuiven. Wat als normaal en abnormaal wordt gezien, zegt veel over ons en de tijd waarin we leven.”

Kun jij normaal definiëren?

“Nee, dat kan ik niet. Wat is normaal? Daar pestten mijn zus en ik mijn ouders vroeger al mee tijdens het eten. We moesten natuurlijk rechtop zitten en netjes eten. Dan zeiden mijn ouders: ‘Doe eens normaal’ en dan vroegen wij natuurlijk: ‘Wat is normaal?’ Woest werd mijn vader dan. Ik kan normaal niet definiëren, maar dat doen we als samenleving wel. Het is een voortdurend debat met verschuivingen. Normaal is wat we op een bepaald moment accepteren in het sociale verkeer en waar wij ons naar voegen.”

Wat is beter normaal of abnormaal?

”Dat kan je niet zo vragen. Als ik hier de hele dag met mijn broek naar beneden rondloop omdat ik dat leuk vind, is dat abnormaal. Als ik hier constant complimenten uitdeel lijkt dat normaal, maar dat werkt ook niet. Het een is niet beter dan het ander.”

Vind je één van beiden interessanter?

“Er bestaat een romantische neiging om niet te veel in het plaatje te willen passen en lekker buiten de kaders te kleuren. Dat is ook de vrijheid van kunstenaars. Het is toegestaan om onder bepaalde omstandigheden abnormaal te doen en dat is mooi. Je kunt een artistiek leven leiden, maar dan moet het verdere plaatje ook kloppen. Je moet kunstenaar zijn en geen kantoorman want dan is het weer ‘raar’. Mondriaan was een echte kantoorklerk die van 9 tot 5 schilderde in driedelig pak. Hij werd niet als normaal beschouwd, een kunstenaar hoort te leven als een bohemien.”

Onconventioneel bestaan, een beetje waanzinnig zijn.

“Sinds Van Gogh is het opzoeken van de waanzin en daar meer flirten een romantische notie, maar wel een schrijnende notie. Het is helemaal niet gezegd dat je creatief wordt van waanzinnig zijn. Mijn moeder bijvoorbeeld was een patiënt, maar die was helemaal niet creatief. Echte waanzin is geen lolletje en al helemaal niet om mee te maken. Ermee koketteren is van alle tijden. Na de Eerste Wereldoorlog was er een Duitse dokter die een boek uitgaf met werken van krankzinnigen. Hij zei: ‘Dit lijkt wel kunst, zelfs beter dan we nu zien op kunstacademies.’ Dat boek werd een hit onder kunstenaars zoals Dali. Hij ging drugs gebruiken om de waanzin te bereiken. Die grens opzoeken is voor kunstenaars altijd super fascinerend gebleven. Gekte is zo’n mooie bron van creativiteit, je doet rare dingen en maakt kunst.”

Mensen zeggen vaak over kunst is dit gek of juist geniaal.

“We hebben hier een tentoonstelling gehad over Van Gogh, met precies diezelfde vraag. Aristoteles zei: ‘Er is geen groot brein zonder een beetje waanzinnigheid.’ Sinds die uitspraak achtervolgt ons dat beeld, maar er is echt geen enkele studie waaruit blijkt dat die twee samengaan. Het is wel zo dat veel mensen die met kunsten bezig zijn psychiatrische problemen hebben gehad.”

Hoe komt dat?

“Ik denk dat het andersom is. Mensen die bezig zijn met hun eigen geest en merken dat er dingen niet goed gaan, hebben behoefte om zich te uiten in schrijven, films maken, beeldende kunst, of toneel. Ze hebben vragen over hun eigen zijn en functioneren en voelen de behoefte om dat met ons te delen.”

Wat betekent kunst voor jou?

“Voor mij persoonlijk is kunst een mix tussen iets nieuws beleven én ervaren hoe in één beeld gevat is wat mij interesseert. Het geeft mij betekenis aan dingen die ik heb meegemaakt of waar ik nieuwsgierig naar ben. Kunst is voor een museum de mogelijkheid om ideeën en visies te delen en het publiek op nieuwe gedachten te brengen.”

Heb je zelf veel kunst?

“Ja, ik heb wel dingen, maar wat is veel? Ik ben een materialistisch mens, daarom ben ik ook museoloog geworden. Materiele cultuur boeit mij mateloos, niet om wat het is, maar waar het voor staat.”

En ook om te hebben dus?

“Je moet het zien als een archief. Je kunt dingen bewaren als een aandenken aan een gebeurtenis. Het zijn informatiedragers, dat geldt voor objecten, maar ook voor kunst. Men zegt dat als je het niet meer aan de muur kunt hangen, je een verzamelaar bent. Die richting gaat het bij mij wel op.”

Je kunt niet zonder?

“Ik zeg nu heel snel ja, maar als materialist gaat het natuurlijk met heel veel pijn. Mijn vrouw wilde laatst met Koningsdag van alles verkopen, maar dan ga ik echt nog even door die tassen. Het gaat me dan niet alleen om kunst, maar ook om een jaren zeventig bruine asbak die ik heel leuk vind. Ik ben ook dol op porselein en servies, maar dat heb ik echt niet allemaal in huis. Ik ben een echte verzamelaar en zou mijn eigen museum kunnen hebben. Als kind bewaarde ik krantenknipsels op onderwerp, als een soort tijdsbeeld. Dat was mijn eigen archief.”

Waarom ben je in Het Dolhuys gaan werken?

“Ik verzamelde vroeger ook alles over psychologie. Wilde dat ook gaan studeren, maar het is toch museologie geworden. Liefde voor de geest is wel een rode draad in mijn leven gebleven. In 2008 ben ik in Het Dolhuys komen werken. Ik vond het een leuk museum, zeer origineel, met raakvlakken met de immateriële wereld. Wie zijn wij? Identiteit, daar gaat het voor mij over. Wat speelt er in dat hoofd? Het mens zijn, heel spannend!

Heeft de ziekte van je moeder iets losgemaakt waardoor je die interesse hebt in de geest?

“Misschien wel. Het was thuis een enorm taboe. Als ik zei: ‘Mijn gymtas is kwijt wat gek’, dan brak er een storm los. Het woord gek was compleet verboden. Daar werd niet over gesproken. Het was er zo in geramd, dat ik bij mijn sollicitatie hier in Het Dolhuys op de vraag wat mijn persoonlijke affiniteit is met de psychiatrie, mijn moeder niet eens genoemd heb. Dat heb ik later wel gecorrigeerd natuurlijk. We hebben hier een project gedaan over kinderen met ouders met psychiatrische problematiek. “

Heb je geleden onder je jeugd?

“Als kind weet je niet beter, ik liep thuis aan de leiband. Maar als puber had ik het lastig en sloot ik totaal niet aan bij de buitenwereld. Dat heeft mijn ontwikkeling wel in de weg gezeten. Er was thuis weinig aandacht en interesse voor de vier kinderen. We moesten hard watertrappelen om mijn moeder net boven water te houden, maar dat dan de kinderen af en toe kopje onder gingen tja… Alles stond in het teken van mijn moeder. Het heeft me tijd gekost om daar los van te komen, maar ik heb het inmiddels wel een plek kunnen geven. Deze ervaring heeft een rol in mijn leven gespeeld. Ik ben echter niet bewust op zoek gegaan naar een baan om me met mijn verleden bezig te houden. Het Dolhuys is op mijn pad gekomen.”