Rutger van der Tas: “Van Gogh is mijn held”

Rutger van der Tas winnaar van de AVROTROS Kunst Van Gogh Wedstrijd 

De jury was het unaniem eens dat ‘Holy G’ van Haarlemmer Rutger van der Tas het winnende schilderij is. De kunstenaar brengt in ‘Holy G’ de maagd Maria en Vincent van Gogh samen. Het juryrapport omschrijft het schilderij als ‘een echt schilders schilderij.’ Van der Tas: “Dit is de bevestiging dat ik niet meer hoef te twijfelen of het wel nut heeft dat ik schilder.” Tijdens het Kunstlijnweekend is zijn werk te zien in kantoorboekhandel Muys.

De oproep aan kunstenaars om zich te laten inspireren door Vincent van Gogh leverde ruim 3700 inzendingen op. Uit de ingezonden beeldhouwwerken, schilderijen en foto’s koos de jury het werk van Van der Tas (35). Hij studeerde in 2014 af aan de Rietveld Academie. Schilderen is zijn grote passie. Psychische en lichamelijke onrust inspireren hem tot zijn kunst. Naast de schoonheid wil hij de pijn van het leven vatten en schilderen.

Waarom heb je mee gedaan aan de wedstrijd?

Rutger van Der Tas

Rutger van Der Tas – Holy G


“Van Gogh is al heel lang een held van mij. Vanaf dat ik klein ben, vind ik zijn werk interessant. Tijdens mijn opleiding wijdde ik een deel van mijn scriptie  aan de periode voorafgaand aan het oor incident. Zo ben ik meer te weten gekomen over de psyche van Van Gogh, erg interessant. De wedstrijd vormde een mooie gelegenheid om met zijn werk aan de slag te gaan zonder dat mensen zeggen dat je hem kopieert. Van het kopiëren van grote meesters leer je het meest. Dit was een mooie kans om mijn werk samen te laten gaan met de stijl van Van Gogh.”

Je hebt gewonnen met ‘Holy G’, wat kun je over het schilderij vertellen?

“Het is een combinatie van een zelfportret van Van Gogh en de maagd Maria. Bidprentjes en afbeeldingen van heiligen hebben voor mij grote aantrekkingskracht. Ik ben niet religieus, maar zie er wel schoonheid in. Van Gogh had een slechte relatie met vrouwen en een moeilijke verhouding met zijn moeder. Ik wilde dat hij wel een mooie relatie zou hebben met een vrouw, maar dan in een schilderij.”

Van Gogh was erg religieus?

 “Absoluut. Voordat hij schilderde, wilde hij predikant worden net als zijn vader en zijn broer. Hij is een tijdje lekenprediker in de Borinage geweest. Het helpen van mensen ging ten koste van zijn eigen gezondheid. Zijn werk als prediker werd niet zo op prijs gesteld als hij gehoopt had. Vervolgens werd hij kunstenaar. Van Gogh wilde nog steeds het licht brengen, maar nu indirect. Hij liet zijn werk spreken.”

Zou hij dat zelf ook zo bedacht hebben?

“Dat denk ik wel. Het was zijn bedoeling om mensen licht, hoop en schoonheid mee te geven in zijn kunst.”

Hoe vind je het dat jij de wedstrijd gewonnen hebt?

“Het is al weer een tijdje geleden, het gevoel is een beetje weggeëbd. Een erg mooi compliment dat de jury het unaniem eens was, dat ik moest winnen.

Ze noemden het een ‘echt schilders schilderij’. Wat bedoelden ze daarmee?

Rutger van der Tas

Rutger van der Tas – Hey now, little speedyhead

“Dat het gemaakt is door een echte schilder net als Van Gogh. Niet iemand die speciaal voor de wedstijd wat heeft gemaakt. Het compliment kwam van mensen die verstand hebben van schilderkunst.”

Je hebt een maand in het Van Gogh museum in Amsterdam gehangen.

“Dat was een super grote eer. Wel voor de ingang van de wc’s, maar om zo dicht bij het werk van de grote meester te hangen was een mooi cadeau.”

Heb je het idee dat door het winnen van deze prijs alles in een versnelling is gekomen?

 “Het geeft wat meer ruimte, mensen herkennen mijn naam en werk nu eerder. Ik kan het geen echte stroomversnelling noemen, maar er gaan meer deuren open.”

Heeft het winnen je een extra drive gegeven?

“De drive en inspiratie waren er altijd al, maar het winnen geeft me wel een bevestiging dat het goed is waar ik mee bezig ben. Nu hoef ik niet te twijfelen of het wel nut heeft dat ik schilder.”

Twijfelde je daar dan wel eens aan?

“Als je niets verkoopt en mensen vinden het niet interessant wat je doet, dan ga je twijfelen. Ik heb ook nog ander werk en op een gegeven moment moet je kiezen, ga ik daarvoor of blijf ik schilderen. Als je een huis wilt kopen en een gezin moet onderhouden, moet je keuzes maken. Het beeld van de kunstenaar, die half wegrot in zijn atelier, is wel een beetje passé. Het moet commercieel ook kloppen, anders kun je niet overleven als professioneel kunstenaar. Het wordt dan een hobby en zo heeft het schilderen nooit gevoeld voor mij.”

Je combineert vaak twee portretten door elkaar op één schilderij, waarom?

“Ik ben altijd op zoek naar vervorming. Op het eerste oog is het één portret, maar als je verder kijkt zie je er meer. Ik denk dat veel mensen meerdere karakters in hun hoofd hebben die op verschillende momenten de kop op steken. Het is een binnenwereld die naar buiten keert.”

Je vindt psychische onrust interessant.

“Het is voor mij een motor om mee te werken. De chaos waarmee je in het leven staat.”

Je eigen chaos?

“Zeker. Ik vind het boeiend om te zien hoe een mens dingen verbergt. Iedereen heeft wel ergens last van. Sommigen hebben zo’n last van bepaalde gedachten, dat ze niet meer in het normale leven kunnen functioneren. Bij de meeste mensen zie je het niet totdat iemand niet meer kan werken, aan de pillen raakt of zelfs opgenomen wordt. Ik vind het interessant om te kijken of ik die onrust kan vatten en schilderen. Naast schoonheid is er ook pijn in het leven, die twee horen bij elkaar.”

Dat zie je ook in je schilderijen terug, zachte kleuren en een somber beeld.

“Ik leg dat er niet bewust in, het ontstaat gewoon. Er worden zoveel gewone portretten geschoten en geschilderd, ik ga een stap verder.“

Je noemt je werk psychisch realisme.

“Dat vind ik een leuke typering. Als mijn werk toch in een hokje gestopt moet worden, kan ik het beter zelf doen. De wereld is momenteel een beetje verknipt. Mensen op de vlucht, overal dat pijnlijke beeld van die man met dat dode kind in zijn armen, alsof het een soort reclame is.”

Op je site staat: ‘van psychische instabiliteit naar de anatomie van ons bestaan’.

“Dat heb ik tijdens mijn opleiding geschreven over mijn werk. Een dichterlijk stuk waarvoor ik in gedachten afdwaalde naar de digitale samenleving. Voor sommige mensen is hun telefoon een parallel universum geworden, ze zijn ermee vergroeid. We hebben nu allemaal een soort extern geheugen, dat heeft een fysieke weerslag op mensen. Ze kunnen treurig en depressief raken van alles wat ze op hun beeldscherm zien en lezen. Mensen kunnen die digitale wereld fysiek meedragen. Twintig jaar geleden bestond internet nog niet eens. Het is nu zo groot, dat het zelfs onze anatomie aan het bepalen is. Heel griezelig!”