‘Als we loslaten ontstaat er zoveel moois’

Verdwaalde wegwijzers, motoren die samensmelten met organische vormen en glazen objecten die proberen te ontsnappen uit strakke mallen… Marianne Lammersen (1984) laat zich inspireren door haar eigen verbazing en irritaties uit het dagelijkse leven. Zijn we ons nog wel bewust van onze omgeving en de invloed van techniek op de mens?

Met een spontane glimlach opent Marianne Lammersen, deelnemer van de Kunstlijn Haarlem, de deur van haar atelier op het MAAK-terrein in de Waarderpolder. De ruimte staat vol met kleurrijke glasobjecten, keramiek dat nog staat te drogen en diverse dynamische collages. Ondanks de hoeveelheid objecten en materialen hangt er een fijne rust. Door de zachte kleuren? Het heldere daglicht? Wellicht door de nuchtere levenshouding van de kunstenaar.

‘We verliezen het contact met de omgeving en met wie we zijn’

OMRINGD MET TECHNIEK

Marianne groeide op op het platteland in Friesland. Haar vader sleutelde graag aan motoren, dus van kleins af aan was ze omringd met techniek. Hoe werken die motoren? Wat is de verhouding tussen mens en techniek? Tijdens haar bachelor aan de Aki in Enschede (1996-2002) en haar master aan het Sandberg Instituut in Amsterdam (2007 – 2009) komen de motoronderdelen terug in haar werk. De technische onderdelen smelten samen met zachte, menselijke vormen van de meest uiteenlopende materialen, zoals textiel, glas en keramiek. De harde onderdelen lijken een verlengstuk, onderdeel van de mens te worden.

Kan het ene nog wel functioneren zonder het andere? In 2007 verhuisde het plattelandsmeisje naar het westen, naar de grote stad Amsterdam. “Ik was onder de indruk van de snelheid, van de reusachtige kranen en van de veranderlijke economie. Ik zag in hoe sturend architectuur is, werd ermee geconfronteerd en zocht naar manieren me te verhouden tot de stad.” Vanaf dit moment verschijnen architectonische objecten in haar werk.

GROEIPIJNEN

Naast de mens staat volgens Marianne de architectuur zelf ook onder druk. Die streeft zichzelf voorbij, waardoor onverwachte groeipijnen ontstaan. Dit werd haar duidelijk tijdens haar residentie in China in 2012. Maandenlang werkte Marianne in een keramische werkplaats. De balans en disbalans, de yin en yang zijn hier duidelijk zichtbaar. Aan de ene kant hechten Chinezen veel waarde aan hun tradities, maar aan de andere kant gaat de modernisering sneller dan je je kunt bedenken. Mensen op fietsen met zijspan worden ingehaald door Maserati’s.

“Ik zag voor het eerst de gevolgen van groei. Vele gebouwen worden gebouwd om te bouwen.Vele karkassen staan leeg en raken in verval. Ik zie dit als groeipijn, de negatieve consequenties van ons snelle handelen. De drang om altijd maar aan morgen te denken, doelen te stellen en processen alsmaar productiever te maken haalt ons uit het nu. Hierdoor verliezen we het contact met de omgeving en wellicht ook met wie we zijn. We laten ons met de stroom meevoeren. Ik wil met mijn werk hier geen commentaar op leveren, maar mensen bewustmaken van deze tendens. Zodat ze zelf kunnen kiezen of ze mee gaan met de stroming of dat ze zo nu en dan even blijven stilstaan.”

ORGANISCH PROCES

Om dit wankele evenwicht uit te beelden, kocht Marianne een fiets met zijspan. De wankele zijspan bouwde ze om tot stad. Een stad van porseleinen en gipsen afgietsels van objecten die ze op straat kocht. Ook de mallen zelf zijn onderdeel van de stad om de yin en de yang te benadrukken. Af en niet af, binnen- en buitenkant, maar ook om het proces van keramiek te tonen. Een proces dat volgens haar nooit helemaal af is, net zoals het bouwproces, want er valt altijd wel iets bij te schaven.

Voor Marianne is het concept leidend, maar dit is een organisch proces. Het ene werk, of de schetsen of probeersels hiervan, leiden vaak naar het volgende werk. Samen met de materialen gaat ze, zoals in het dagelijks leven, het proces aan van controleren en loslaten. Zo kunnen mallen het gesmolten glas tijdens het blazen een richting geven, maar tegelijkertijd zoekt het vloeibare materiaal zijn eigen weg. “Je weet nooit hoe intens de kleur wordt of hoe het materiaal zich verspreidt. Deze happy mistakes blijven mij verrassen. Ik vind dat er meer ruimte moet komen voor spontaniteit, want er gebeurt zoveel moois als we loslaten.”

BLIK VAN HERKENNING

Urenlang kan Marianne rommelen in haar atelier. Kijken, denken, aanwezig zijn zonder doel. Tegen vervelen aan. Juist dan komen er creatieve ideeën naar boven.“Het onverwachte brengt je verder en geeft nieuwe inzichten.” Zij werkt graag met bewerkelijke materialen zoals keramiek en glas. “Ik wil mijn handen smerig kunnen maken, maar ook de bewegelijkheid van textiel en de kwetsbaarheid van papier trekken mijn aandacht.” Als een soort puzzels bouwt Marianne haar werken. Schuiven, toevoegen, weghalen, rangschikking, totdat er een spannend beeld ontstaat.

“Spanning vind ik belangrijk in mijn werk. Met name de spanning tussen de mens en zijn leefomgeving. Dit verbeeld ik door ook een spanning te creëren tussen de materialen die ik gebruik. Ik wil de kijker bewustmaken van kwetsbaarheid.” Door figuratieve onderdelen toe te voegen zoals wegwijzers, architectuur en mensen ontstaat er een blik van herkenning. Maar niets is precies zoals we gewend zijn, waardoor verwarring optreedt. In het moment van verwarring, ontstaat er spanning en raakt Marianne de toeschouwer. Want zijn wij in het dagelijks leven ook niet volledig verstrikt geraakt?

NIEUWSGIERIG GEWORDEN NAAR HET WERK VAN MARIANNE LAMMERSEN?

Bekijk www.mariannelammersen.nl, bezoek in juni de Paltz Biënnale in Soest en van 13 mei t/m 29 oktober het Landgoed Anningahof in Zwolle. Tijdens de Kunstlijn Haarlem krijgt Marianne de Gravenzaal van het Stadshuis tot haar beschikking.

 

Tekst: Marjolein Blaauwbroek / Fotografie: Debbie Saul Dit artikel is eerder gepubliceerd in de 56e editie van de Haarlemse Stadsglossy.

“Hopelijk vinden mensen rust in mijn werk”

Verweerd hout op het strand, verroest metaal, de seizoenen die komen en gaan. Maartje Blans ziet schoonheid en kracht in de vergankelijkheid van het leven. Na een jarenlang verblijf in New York en Beijing heeft ze nu een atelier te Haarlem. In haar werk toont Maartje haar fascinatie voor licht en schaduw, leegte en kwetsbaarheid. “Kunst scheppen die alle culturen aanspreekt, dat vind ik mooi.”

Langs een drukke weg in de Waarderpolder ligt het atelier van Blans (1975). Ze is de enige kunstenaar in het rijtje gebouwen. Vrachtwagens rijden af en aan en een machine van de nabij gelegen schrootverwerker bromt monotoon. De herrie om haar heen doet haar weinig. Door de periode in China is ze gewend zich voor geluiden af te sluiten. Haar basis ligt in haar ouderlijk huis vol filosofische boeken en een prachtige tuin. Maartje maakt nog steeds kunst in de lijn van haar vroegere werk als beginnend kunstenaar.

Blans geheel gekleed in het zwart, gaat voor de trap op. Haar atelier is schoon en geordend. Een grote koepel in het dak zorgt voor daglicht. Op de grond staat een ton met rietpluimen en langs de muur een karretje met potten verf en kwasten. “Wanneer ik creëer, heb ik chaos om me heen en laat me leiden door het materiaal dat er ligt. Aan het einde van de dag ruim ik altijd mijn atelier op. Het is fijn om de volgende dag op een nette werkplek te komen. Daarnaast werk ik veel met witte doeken en daarom moet het wel schoon zijn.”

Kan jij je werk benoemen?

“Ik maak voornamelijk installaties en materieschilderijen. Met gelaagde werken op hout, glas of doek, schep ik ruimte. Mijn installaties krijgen door de schaduwwerking gelaagdheid. Afhankelijk van waar je staat en de lichtinval, ervaar je verschillende dieptes. Bij mijn materieschilderijen breng ik meerdere lagen papier aan op het doek of voeg stro, draad en takken toe. Zo krijg je letterlijk reliëf. Ik gebruik zand, verf en zelfs meegenomen as uit mijn kolenkachel in China. Door er met een penseel in te krassen ontstaat beweeglijkheid en door de verschillende verflagen ontstaat gelaagdheid. Ik ben gefascineerd door het aanbrengen van lagen, ze weg te halen en weer opnieuw aan te brengen.”

“Mijn werk bevat steeds dezelfde thematiek, vergankelijkheid. Het is mooi hoe dingen vergaan maar ook weer opkomen. Zoals de seizoenen, ze zijn tijdelijk maar ook eeuwig. Ik zie daar de schoonheid en de kracht van kwetsbaarheid in. Hopelijk vinden mensen rust in mijn werk en kunnen ze in de gelaagdheid zelf iets ontdekken. Mijn kunst is meestal zonder titel, de kijker kan zelf invullen wat het voorstelt.”

Maartje loopt naar een groot houten paneel op een ezel. Aan spijkers hangen zwart ingekleurde figuren, ze ogen fijntjes. Ze kantelt het doek naar voren waardoor de werkjes bungelen. “Door zonlicht of een spotje ontstaat er een hele sterke schaduwwerking. Het zijn eigenlijk kwetsbare figuren, maar ze ogen krachtig, met name door het zwart van de werkjes tegen de witte achtergrond. Ik hou van contrast.”

Waar haal jij je inspiratie vandaan?

“De natuur is voor mij een grote inspiratiebron. Mijn werken zijn vrij abstract, je ziet de natuur niet altijd duidelijk terug, maar er zijn zeker raakvlakken. De een ziet er een berkenbos in en de ander het riet langs de waterkant. Mijn installaties met draad en kunststof zijn geïnspireerd op voorbijdrijvende wolken en kabbelende beekjes, maar men mag er ook wat anders in zien. Mist, rook, bewegend water, zand dat opwaait, buigend riet, juist het voorbijgaande intrigeert mij.”

Zijn je jaren in Beijing van invloed op je werk?

“In China zagen de traditioneel geschoolde kunstenaars Chinese inktschilderingen in mijn kunstwerken. Zij zetten met één penseelstreek een flow neer, die in verhouding staat tot het wit op het doek. Dat heb ik ook in veel van mijn werken. In de leegte van het kunstwerk zit zo veel betekenis. De Chinezen vonden mijn kunst Boeddhistisch, maar dat ben ik helemaal niet. Je hebt natuurlijk altijd te maken met de kijker en de context van de plek waar je tentoonstelt. Dat vond ik leerzaam in China. Ook heb ik veel geleerd van nieuwe materialen als rijstpapier en inkt en ben ik groter werk gaan maken.“

Op tafel staan een vaas met takken en een Chinees bakje met daarop een blauwe draak. Maartje schenkt jasmijnthee en serveert bonbons op een schaaltje uit de door haar ontworpen servieslijn. Ze pakt een boek met foto’s van haar werk. Voorin staat een gedicht van Lucebert: ‘Visser van Ma Yuen’. Een tekst waar ze veel inspiratie uithaalt over wolken, vogels, golven en vissen. “Het is gebaseerd op een dertiende-eeuws Chinees schilderij, ik vind het een prachtig gedicht. Het is niet echt duidelijk wat er met de woorden bedoeld wordt, maar dat is juist zo mooi. De sfeer, het ritme en de suggestie raken je. Hier speel ik zelf ook graag mee. Ik wil dat de beschouwer iets ervaart in het werk, zonder dat ik zeg wat dat is. Dat kan een moment van verstilling zijn of van ontroering. Het is altijd mooi als mensen kalm, boos, verdrietig of blij worden van kunst. Toen ik 16 jaar was, had ik zelf een moment van verstilling bij een werk van Rothko. Ik kon het niet uitleggen, maar het gaf me rust en daar ben ik altijd naar op zoek in de natuur en in poëzie. Als ik kunst maak, ervaar ik het.”

Werk van Maartje Blans is te zien vanaf 6 april in Galerie de Kapberg in Egmond aan den Hoef. Atelierbezoek is mogelijk op afspraak. www.maartjeblans.nl

Maartje Blans

Tekst: Meta van der Meijden /  Fotografie: Debbie Saul Dit artikel is eerder gepubliceerd in de 55e editie van de Haarlemse Stadsglossy.

In Kunsthandel Kruis-Weg68 is tot 17 februari de expositie met schilderijen en aquarellen van Eric de Nie te bezichtigen. Eric de Nie is een bekende Haarlemse kunstenaar en deze expositie is een uitstekende aanleiding om eens met hem te praten over zijn werk en carrière.

Eric de Nie

Eric de Nie (1944) heeft twee verschillende carrières in de kunst doorlopen. Als kunstdocent heeft hij zijn sporen verdiend op 3 hoge scholen t.w. de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag, de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten en de Rijksacademie van beeldende kunsten in Amsterdam. Van 2004 tot 2009 was hij lid van de raad van advies bij de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. Als kunstenaar is Eric vanaf de vroege zeventiger jaren actief. Zijn werk wordt geëxposeerd in binnen- en buitenland en verschillende musea hebben zijn werk in de collectie opgenomen zoals het Stedelijk Museum in Amsterdam, Museum Boymans van Beuningen, Gemeente Museum Den Haag, Museum Belvédère in Heerenveen en het Frans Hals Museum in Haarlem.

Oorspronkelijk was zijn werk figuratief. Bekende werken uit de jaren zeventig zijn hyperrealistisch bijvoorbeeld “Wat te denken van de werkelijkheid”, “Zelfportret van achteren” en “Drie Gratiën”. Gaandeweg is Eric steeds meer gaan inzoomen op de structuur van zijn onderwerp en werd zijn werk volledig abstract. Daarbij maakt hij sinds de jaren negentig gebruik van een ‘druppeltechniek’ waar verf en zwaartekracht worden benut om het doek te vullen. Deze werken zijn daarmee zeer herkenbaar en uniek.

De laatste jaren werkt Eric met waterverf, inkt en grote kwasten. In Kunsthandel Kruis-weg68 hangen voorbeelden van zijn abstracte schilderijen en aquarellen.

Hoe belangrijk is het voor jou als kunstenaar om te exposeren in een galerie?

“Heel belangrijk! Vooral als, zoals hier, de galerie wordt geleid door een kunstenaar (Michel van Overbeeke) en een ervaren museumexpert (Joke Stoute). De klantenkring en het netwerk van een galerie zijn van belang voor mij als kunstenaar want je wilt natuurlijk graag dat je werk wordt verkocht. Ook de erkenning voor je werken en de waardering van mensen die komen kijken naar je werk is erg fijn. Ik werk niet in opdracht, ik maak dus wat ik graag zelf wil en dan is het leuk om te zien dat het goed valt bij het publiek.”

Waar komt je inspiratie en motivatie vandaan bij het maken van al die abstracte werken?

“Het vullen van een leeg doek of papier is gek genoeg elke keer weer een prachtig moment. Vaak ontstaat een nieuw werk na het leegruimen van mijn atelier na een drukke periode met exposites. Als alles dan is opgeruimd, dan trekt dat lege doek mij. Mijn paradigma is altijd dat ik vantevoren niet weet of bedenk wat ik ga doen. Zelf wil ik dus ook verrast worden door het resultaat.”

Het valt op dat je in series werkt. Hoe voorkom je herhaling van je werk?

“Dat komt omdat ik van tevoren echt niet weet hoe het er uit komt te zien. Ik begin wel met een bepaald herinneringsbeeld en daar borduur ik vervolgens op voort. Daarbij maak ik ook gebruik van verschillende materialen zoals bijv. geschept papier of ruw onbewerkt katoen. Mijn verf wordt elke keer weer anders samengesteld zodat dikte en vloeibaarheid tot andere resultaten leiden.”

Toeval is dus altijd een factor van belang?

“Die druiptechniek die ik heb ontwikkeld, heb ik natuurlijk wel in de hand. Maar toeval speelt altijd mee. Zo vul ik bijvoorbeeld kleine plastic flesjes met verf en ik word verrast door de uitkomst of uitwerking van het materiaal. Ik probeer het toeval natuurlijk wel te sturen maar je gaat uiteindelijk aan de slag met wat er op het doek of papier komt te staan. Daar ga je mee werken, daar ga je op door.”

Je werk wordt vaak werk geometrisch genoemd. Kan jij je daarin vinden?

“Ik heb eigenlijk nog nooit een geometrisch schilderij gemaakt, vind ik zelf. Het wordt wel vaak zo genoemd maar het werk is vooral ritmisch. Mijn werk kan je mogelijk meer vergelijken met het ritme van een muziekstuk.

Muziek is voor jou van belang?

“Jazeker! Ik voel mij als schilder ook een muzikant. Het werken bevredigt mij net zoals luisteren naar muziek. Het is wel grappig want ik hou bijv. erg van jazz, maar kan ook graag naar muziek van bijv. Frank Zappa, Jefferson Airplane of Bob Dylan luisteren. Muziek die mij iets doet bij het schilderen, is eigenlijk alleen hedendaagse componerende muziek zoals het werk van M. Feldman, G. Ligeti, Simeon Ten Holt of Gerard Grisey. Het is geen mainstream muziek, maar ik sta daar juist helemaal open voor. Muziek van Grisey staat ook onder de video ‘Toeval in Balans’ gemonteerd. Unieke muziek wat mij betreft.”

Tot slot: Zijn er anderen die jouw werk als voorbeeld gebruiken?

“Op beurzen en zo zie ik wel eens werken die duidelijk op mijn werk lijken. Dat is prima. Iedereen heeft natuurlijk het recht om naar mijn werk te kijken. Ik kijk ook graag naar andermans kunst en heb ook zo mijn voorbeelden gekend. Soms denk ik wel eens dat sommigen mijn werk na-apen misschien. Gelukkig zie ik altijd zelf een heel duidelijk verschil met mijn werk, dus ik kan er niet zo mee zitten eerlijk gezegd.”

Ben je nieuwsgierig geworden naar het werk van Eric de Nie? Zijn expositie is nog tot 17 februari te bekijken bij Kunsthandel Kruis-Weg68.

(foto’s 2 t/m 6 én de video zijn gemaakt door Marja Sonneveld)

“Focus op dagelijkse handeling geeft voldoening”

In het dagelijks leven is Karien Beijers vaak in gedachten en zich nauwelijks bewust van haar omgeving. Haar video’s over hoe de mens zich verhoudt tot de ruimte om zich heen gaan over het tegenovergestelde. Het fascineert Beijers om te laten zien hoe je fysiek aanwezig bent. Ze haalt haar inspiratie uit kunst, boeken en alles wat ze op straat voorbij ziet komen, dat verbonden is aan dagelijkse handelingen. “De moeite die je doet in een gewone beweging vind ik heel mooi. We staan te weinig stil bij normale handelingen terwijl die zo belangrijk zijn.”

Hoe komt jouw werk tot stand?

“Ik laat me inspireren door de ruimte waar ik me in bevind, meestal de plek waar ik werk of die ik tijdelijk in gebruik heb. De lichtval, de verhoudingen, de afmetingen van de ramen, alles speelt mee of een ruimte me aanspreekt. Er ontstaat al gaande een relatie met de omgeving. Door bewust aanwezig te zijn en gewone handelingen te verrichten als schoonmaken, ontdek ik de ruimte. Ik maak schetsjes en foto’s van wat me opvalt. Uiteindelijk worden het video’s over hoe de mens zich verhoudt tot de ruimte om zich heen.”

“Het fascineert me om te laten zien hoe we fysiek aanwezig zijn. Kinderen spelen daar ook mee. Ze verstoppen zich, maar willen tegelijk ook gezien worden. Ik dek ramen af om de buitenwereld af te sluiten en toch komt het licht gefilterd binnen. Het is een spel van aan- en afwezigheid. Ik heb een video gemaakt waarbij ik in een gordijn gewikkeld over een vensterbank balanceer. Het was een hoog raam, ik paste er precies voor en de gordijnen gingen heel stroef. Dat gaf een mooi beeld, die voeten en het gordijn dat niet wilde. De wrijving geeft weer hoe je je verhoudt tot een ruimte, dat heeft ook een bepaalde stugheid soms.”

Is er een vertaalslag te maken naar het gewone leven?

“Ik denk dat we nog maar weinig bewust fysiek aanwezig zijn. In deze tijd zijn we vooral virtueel aanwezig. De wrijving en stroefheid van het echte leven wordt niet meer gevoeld. De virtuele wereld heeft weinig te maken met ‘echt’ zijn. We staan niet stil bij normale handelingen terwijl die toch belangrijk zijn. De moeite die je doet in die gewone beweging vind ik mooi. Zoals vegen, schoonmaken, ramen sluiten of gordijnen openen. In mijn video’s wordt de ruimte meer dan een ondergrond waar het dagelijks leven en werk zich afspelen.”

“Mensen vinden mijn video’s soms grappig of absurd. Ik doe dat niet expres, maar ik tast wel de grens af tussen humor en eigenaardigheid. Volwassenen verkennen een ruimte niet meer zoals kinderen, die zijn nog steeds intuïtief. Als ze een inham zien of een nisje gaan ze er gelijk in zitten. Ze zetten zich klem tussen de muren om te voelen of het past, dat doe ik ook. Het is een verkenning. Ik wil mensen deze andere manier van kijken naar je omgeving meegeven.”

Wat doe je het liefst, fotograferen of filmen?

“Ik ben begonnen met fotografie met mezelf als model. Het was een gevecht met de tijd om de camera te bedienen en ook nog te poseren. Ik zag de foto’s steeds achteraf en kon daarna mijn houding pas weer corrigeren. Iets van beweging zit ook al in mijn foto’s. Je ziet bijvoorbeeld alleen mijn benen die een beweging maken, die lijkt op fietsen. Beweging heb ik altijd al fascinerend gevonden. De overstap naar video is dan ook vanzelfsprekend, ik kan er meer mee. Het thema ‘hoe je ruimte gebruikt’ daar ga ik voorlopig mee door, geluid krijgt daarbij een prominentere rol.”

Karien Beijers
Karien Beijers
Karien Beijers

“Ik kan van kunst heel emotioneel worden”

Portretfoto van Jur Botter, wethouder Kunst en Cultuur in Haarlem‘’Haarlem kent een rijk cultureel leven. De stad geldt als broedplaats voor kunstenaars, muzikanten en dichters’’, aldus Jur Botter. Het streven van de wethouder is om kunst en cultuur voor iedereen toegankelijk te maken.

Botter wil meer kunst in de openbare ruimte en dat zoveel mogelijk inwoners kennisnemen van de schatten in de Haarlemse musea.

“Het liefst investeer ik het geld dat we binnen krijgen via de toeristenbelasting in kunst en cultuur. Met die extra inkomsten zou ik een mooi dekkend netwerk kunnen creëren met daarin de verschillende instellingen.”

 

Hoe komt het dat er in Haarlem zo veel te doen is op het gebied van kunst en cultuur?

“Haarlem biedt een voedingsbodem voor creativiteit. Het heeft vooral te maken met het feit dat Haarlem een mooie historische stad is met een gunstige ligging dicht bij Amsterdam. Het is voor veel kunstenaars een prettige vestigingsplek. In Haarlem hebben we oude kunstcollectieven, die nog steeds veel mensen aantrekken, maar er ontstaan ook nieuwe kunstontwikkelingen, denk bijvoorbeeld aan 3D-printing.”

“Het is wel allemaal wat gepolijst tegenwoordig. Er zijn nog maar weinig rauwe randjes over, die waren er vroeger wel. Haarlem had kraakpanden met een underground scene, met eigen cafeetjes en een bioscoop. Het is nu meer ‘bovengronds’. Er zijn wel nieuwe initiatieven in het sfeertje van vroeger, zoals in de Koepel en de Fietsfabriek. Gather is ook een goed voorbeeld, een ruimte waar designontwerpers hun producten tentoonstellen.”

Wat is in zo’n stad vol initiatieven de rol van de wethouder?

“De wethouder is een figuur op de achtergrond, die zorgt dat de gemeente faciliteert in geld en locaties. Het college probeert de nota kunst en cultuur voor acht jaar vast te leggen. Anders ben je het kunstbeleid net aan het uitwerken en is je bestuursperiode (4 jaar red.) alweer voorbij. Nu de economie aantrekt, denkt men dat er bij de gemeente meer geld beschikbaar is. Er worden veel nieuwe initiatieven bij ons onder de aandacht gebracht, waar de lopende nota tot 2020 niet in voorziet.

We zullen moeten kijken naar een ad hoc verdeling van de potjes. Daarvoor heb ik een korte notitie geschreven die twee weken geleden in de commissie is besproken. De grote instellingen in Haarlem hebben ook geld nodig. Het Frans Hals en de Hallen willen een verbouwing van 6 miljoen. Het Dolhuys heeft voor 2 miljoen achterstallig onderhoud en de centrale bibliotheek moet ook opgeknapt worden. Wat mensen nog weleens vergeten is dat de gemeente geen geld over heeft. We hebben een schuld van 456 miljoen euro. Geld beschikbaar hebben, is een heel relatief begrip.”

“Een nota kan opengebroken worden en aangepast, maar nu is het geen gunstig moment. In maart zijn er gemeenteraadsverkiezingen. Als ik nu een nieuwe nota zou maken en straks niet als wethouder cultuur terugkom, zit mijn opvolger ermee opgescheept. Het is not done om binnen een halfjaar tot de verkiezingen drastische wijzigingen aan te brengen.”

Hoe belangrijk is kunst voor de inwoners van een stad?

“Kunst is van levensbelang. Het zet mensen aan tot nadenken, emotioneert en brengt ons in vervoering. Kunst zorgt dat je even loskomt van de wereld waarin je leeft. Ik kan van bepaalde kunstwerken heel emotioneel worden. Van huis uit ben ik niet met kunst opgegroeid, ik heb het leren waarderen. Mijn vrouw en ik nemen geregeld uit andere landen handwerk achtige dingen mee naar huis. Schilderijen, maar ook mantels met borduursels of beeldjes.

In mijn werkkamer hangt een prachtig schilderij van de Grote Markt rond 1700. Ik zou het enorm spannend vinden als ik daar in die tijd een dag rond zou kunnen lopen. Ook heel bijzonder vind ik de Gravenzaal in het gemeentehuis, een plek waar al honderden jaren wordt vergaderd. Ik vraag me weleens af wie ben ik dat ik daar mag werken. Voor iemand die op de mavo is begonnen, is het toch mooi om dit mee te mogen maken.”

(kunst uit de collectie van Jur Botter)