Frans en Margot Hoek zijn Kunstlijn bezoekers van het eerste uur. Al 33 jaar zijn ze ieder jaar aanwezig en komen meestal met iets moois thuis. Aan de keukentafel in Santpoort-Zuid lichten ze hun liefde voor kunst toe.

Echtpaar Hoek al 33 jaar Kunstlijn Haarlem ’fan’

Margot: “Meteen het eerste jaar bezochten we de Kunstlijn en kochten toen gelijk al een werk. Ik zie nog de vitrine in De Vishal voor me waar het stond. Ik weet niet meer wie de kunstenares is, ze heeft het werk niet gesigneerd helaas”. Frans: “Het maakt mij niet uit wie het gemaakt heeft, het gaat om het kunstwerk.” Margot: “Dat is niet helemaal waar, want tijdens de Kunstlijn gaan we juist naar de kunstenaars waar we van houden, zoals Heleen van Dongen bijvoorbeeld, daar hebben we meerdere werken van. Vorig jaar kochten we voor het eerst iets van Wim Borst, daar zijn we dit keer opnieuw bij gaan kijken. We houden de ontwikkelingen van de kunstenaars bij.”

Frans: “We hebben onderhand behoorlijk wat gekocht tijdens de Kunstlijnweekenden. In de tuin staat ook werk van Erik van Spronsen en van Sjoerd Buisman. We nemen ons voor niks te kopen, maar meestal gaan we toch met een kunstwerk naar huis. We houden van kunst.”

Wat is er zo leuk aan de Kunstlijn?

Margot: “Je kunt overal even binnen lopen. Ik ben soms snel klaar als ik het niets vind en ga dan door naar het volgende adres”. Frans: “Het is vrijblijvender dan wanneer je op afspraak een atelier bezoekt”. Margot: “Op de overzichtstentoonstelling kun je de kunst al zien, maar in de expositieruimtes wil het werk nog wel eens tegenvallen. Door de drukte van het weekend valt het niet op als je gelijk weer vertrekt. Ik hou van ruimtelijk werk en etsen, moderne kunst. In onze tuin staan een paar figuratieve beelden van uilen van Jacqueline van der Laan, natuurgetrouw maar niet gladjes. Verder hebben we voornamelijk abstracte kunst. Mijn man houdt ook van platte werken, daar zoeken we een balans tussen.”

Margot: “Er zijn een paar locaties afgevallen. Wij zijn nog uit de tijd van Lumiance (directeur Harry Swaak) en Lieven de Key (galerie), jammer dat die er niet meer zijn.” Frans: “Een groot voordeel van de Kunstlijn is dat alles in een weekend plaatsvindt. Je kunt echt veel bezichtigen.” Margot: “Op zaterdag gaan we met de auto naar de Waarderpolder, Heemstede en de Dorpskerk hier in Santpoort. Ik heb daar nog een keer een mooie ketting van Rosita van Wingerden gekocht. Op zondag fietsen we een rondje door het centrum.”

Is de Kunstlijn veranderd in de loop der jaren?

Frans: “De kunst verandert en ik weet niet of onze smaak is mee veranderd. Je merkt dat veel van de kunstenaars waar wij van kopen, van onze leeftijd zijn. We bezitten niet veel kunst van de jongere generaties.” Margot: “Het werk oogt soms minder gedegen, het lijkt te makkelijk, vind ik. Ga na je opleiding je eerst ontwikkelen en dan pas exposeren. Nu gaat dat soms te snel en zie je ook kunst met een kleine K. Maar er zitten zeker ook leuke dingen bij, ik noteer hun namen en kijk wat ze het jaar erop maken. Sommigen gaan vooruit anderen juist achteruit.”

Frans: “Het is fijn om kunst om je heen te hebben. Mooie dingen zien en daar niet de deur voor uit hoeven. Het Kunstlijnweekend biedt de ideale gelegenheid te ontdekken wat er speelt in Haarlem en kunst te bekijken. Ook kom je gelijkgestemden tegen die je interesse delen. Margot: “Eigenlijk mag je het weekend gewoon niet missen.”

Het begon allemaal 33 jaar geleden met Dirk Stigter, een Haarlemse belastinginspecteur met een grote liefde voor kunst. Hij bedacht de Kunstlijn Haarlem: een route dwars door de stad, langs de ateliers van kunstenaars, met als belangrijkste doel: kunst verkopen.

In 1985 dreigde de Beeldende Kunst Regeling (BKR) waar veel kunstenaars afhankelijk van waren, te worden afgeschaft en de term ‘cultureel ondernemerschap’ deed zijn intrede als dé oplossing voor het hiaat dat dreigde te ontstaan. Beeldend kunstenaars moesten voortaan hun eigen broek ophouden door hun werk actief aan de man te brengen. Dirk Stigter, die veel kunstenaars hielp bij het invullen van hun belastingaangifte en hen wilde helpen, kwam op het idee om de Haarlemse Kunstlijn (mede) op te richten. We zijn inmiddels 33 jaar verder en de Haarlemse Kunstlijn floreert niet alleen, maar groeit nog elk jaar en blijkt in staat zichzelf steeds weer te vernieuwen.

VOORBEREIDINGEN

De stad zindert in de hitte op deze zomerse namiddag. In de pied-a-terre van Joke Breemouer aan de rand van het centrum is het koel. De ruimte is sober ingericht; een grote tafel in de voorkamer, een gele bank in de achterkamer, een koffiemachine op een tafeltje in de hoek. En aan de muur een groot schilderij van de hand van Joke zelf, abstract en expressief.

Aan tafel Joke Breemouer, inmiddels 27 jaar betrokken bij de Kunstlijn, waarvan 22 jaar als voorzitter, en een nieuw gezicht, Jos Herni, sinds 2017 de webdesigner en webmaster van de site van de Kunstlijn. Samen met een team van tien vrijwilligers zijn ze druk bezig met de voorbereidingen van de Kunstlijn-editie van 2018.

RUIM 250 KUNSTENAARS

“Het is een hele klus, elk jaar weer”, begint Joke. “Geweldig leuk natuurlijk, maar wel ontzettend veel werk. We hebben inmiddels ruim 250 deelnemende kunstenaars die in het eerste weekend van november op minstens 150 locaties hun deuren openzetten voor het publiek. We beginnen al in januari met de organisatie – dan hebben we gesprekken met het team over het thema en al vrij snel daarna gaan we praten met de vaste vormgever Rogier Polman. Het beeld dat naar buiten gaat is heel belangrijk. We hebben jarenlang de kunstlijnhond als beeldmerk gehad – iedere keer speelde een andere hond de hoofdrol op onze affiches, heel herkenbaar en heel geliefd. Het was best spannend om dat los te laten. Maar het is natuurlijk geen uitdaging om hetzelfde kunstje jaar na jaar simpelweg te herhalen. We blijven onszelf vernieuwen, er wordt elk jaar iets veranderd of toegevoegd. Dat is onze kracht. De vernieuwing van dit jaar? We zijn bezig met een Kinder Kunstroute, onder meer. Maar we hebben ook een aantal spannende nieuwe locaties, zoals de Koepel en de onlangs geopende Dakkas.”

DE WEBSITE

Jos Herni aan de andere kant van de tafel weet als zelfbenoemde ‘geek’ (de aaibare en communicatieve variant van de nerd) alles van de noodzaak tot vernieuwing. Ooit werkte Jos in het bankwezen, maar inmiddels bouwt en onderhoudt hij websites, onder meer die van de Haarlemse Kunstlijn.

“Ik ben erbij gehaald door één van de leden van het Kunstlijnteam. Ze waren op zoek naar een nieuwe webmaster en ik was beschikbaar.” De website van de Haarlemse Kunstlijn is met de komst van Jos binnen korte tijd uitgegroeid tot meer dan alleen een website voor het jaarlijkse evenement. “Het is een website over kunst in Haarlem in de breedste zin van het woord. De Kunstlijn staat weliswaar centraal, maar er is bijvoorbeeld ook een agenda aan toegevoegd met exposities in de verschillende musea, de pagina’s van de kunstenaars die deelnemen aan de Kunstlijn zijn ge-update en geprofessionaliseerd en bieden nu meer ruimte voor beeldmateriaal en we houden de site actueel en interessant.”

Achter de schuivende panelen op de homepagina van de website tref je dan ook niet alleen de meest actuele informatie over de Kunstlijn aan, maar wordt er ook aandacht besteed aan nieuwe initiatieven op het gebied van kunst en cultuur zoals de Galerie à Casa, een thuisgalerie die onlangs geopend werd. Het aanbod tijdens de Kunstlijn is heel divers en de kwaliteit is altijd hoog. Er is sinds de oprichting een ballotagecommissie die beoordeelt wanneer een kunstenaar toegevoegd kan worden aan de lijst met locaties en deelnemers. “De kwaliteit van het werk is leidend”, legt Joke uit, “maar we kijken ook naar de opleiding die een kunstenaar heeft genoten. Dat betekent overigens niet dat een getalenteerde autodidact geen plek heeft in de Kunstlijn. Wanneer een kunstenaar authentiek is en/of grensverleggend en de meerderheid van de commissie is het daarover eens, dan mag hij of zij meedoen.”

OMZIEN NAAR NU

Het thema van de Kunstlijn dit jaar is ‘Omzien naar nu’. Jos: “We proberen een thema te kiezen dat aanzet tot nadenken. Hoe doe je dat, omzien naar nu? Kan dat eigenlijk wel? En daarbij is dit thema ook in lijn met de twee grote exposities van het Frans Hals en Teylers Museum van dit jaar – respectievelijk Frans Hals en de Modernen en Da Vinci, twee grote meesters. Hoe kijken wij nu aan tegen deze fenomenen uit het verleden en, in het verlengde daarvan, hoe zal er over een paar eeuwen worden gedacht over de kunstenaars van nu? Het thema mag prikkelen en vragen oproepen, dat is tenslotte de bedoeling van kunst. Iedereen interpreteert het thema op z’n eigen wijze, het is een mooi handvat, maar absoluut niet bindend en beperkend. Het affiche van deze editie spreekt eigenlijk boekdelen: de peuter met de 3D-bril en de radiobuizen als antennes op het hoofd. Veel mensen, vooral jongeren, weten niet eens wat het voor dingen zijn. Het roept vragen op, het prikkelt. En die hond, tja, die is weggelopen…”

FIJNE SAMENWERKING

Dit jaar is de 33ste editie van de Haarlemse Kunstlijn, er zit nog volop leven in. Hoe ziet de toekomst er uit? Joke: “We gaan door, we blijven vernieuwen en de professionaliseringsslag die is ingezet met de nieuwe website biedt veel mogelijkheden voor een permanente rol voor de Kunstlijn, het hele jaar door.” Ook Jos ziet een mooie toekomst voor de Kunstlijn. ‘Gedoseerde groei’ typeert hij de plannen voor de toekomst waarin hij ook een plek voor zichzelf ziet weggelegd. “Ik blijf nog wel even betrokken als webmaster. Het bevalt me uitstekend en de samenwerking met het team is fantastisch. Wat de samenwerking met Joke zo goed maakt? Ze luistert heel goed naar anderen en blijft voortdurend open staan voor nieuwe ideeën…dat maakt het heel fijn om met haar samen te werken.”

KUNSTLIJN DER VERWACHTINGEN

Kunstlijn Haarlem zet zich in voor Haarlemse en in omstreken gevestigde kunstenaars. De grootste, oudste en leukste open atelierroute van Nederland vindt dit jaar plaats op 2, 3, en 4 november.

Tekst: Ziggy Klazes / Fotografie: Christhilde Klein. Dit artikel is eerder gepubliceerd in de 58e editie van de Haarlemse Stadsglossy.

De sieraden die Sylvia Blickman maakt zijn veel meer dan een mooi versiersel. “Als je een broche in de vorm van een kwal draagt, zul je snel reacties krijgen. Dat is immers vreemd en valt op. De bedoeling van mijn sieraden is dat er een dialoog ontstaat.”

Sylvia Blickman

Hoewel het werk van Sylvia Blickman (68) wereldwijd te koop is bij galeries en museumwinkels, is haar inspirerende atelier al jaren verstopt in de Haarlemse Nieuwe Kruisstraat. Tijdens de komende Kunstlijn Haarlem zal ze daar voor de 25ste keer open huis houden voor geïnteresseerden in haar sieraden en objecten. Aankomende 2, 3 en 4 november is de werkplaats getransformeerd tot galerie.

“Bezoekers kunnen dan alles bekijken, van mijn sieraden tot werksituatie”, zegt Sylvia. “Onder het genot van een drankje vertel ik de aanwezigen graag wat ik doe en waar mijn inspiratie vandaan komt. Mijn passie delen en aandacht krijgen voor je werk zijn altijd mooie onderdelen van de Kunstlijn. Mede om die reden doe ik al zo lang mee met dit mooie, jaarlijkse kunstevenement.”

GEHEEL EIGEN STIJL

Na het gymnasium doorliep de jeugdige Sylvia met succes de vakschool voor goud- en zilversmeden. Als meester goudsmid voerde ze vervolgens opdrachten uit die vaak toegespitst waren op de smaak van anderen en wat het modebeeld was. “Maar ik ben een vrij eigenzinnig persoon, die graag iets wil laten zien wat eigen is en niet de smaak van velen. Daarom ben ik op 25-jarige leeftijd naar de Rietveld Academie gegaan. Ik wilde mezelf herontdekken, leerde nieuwe materialen kennen en kreeg een voorkeur voor kleur in mijn sieraden.”

Op de Rietveld ontdekte ze het geanodiseerde aluminium. “Je kunt aluminium ten eerste edel maken, zodat het bestand is tegen oxidatie. Vervolgens kun je het alle kleuren van de regenboog geven en daarmee aan de slag gaan. Bij het bewerken van het materiaal, gebruik ik veel technieken uit de goud- en zilversmederij. Een zilversmid maakt bijvoorbeeld veel gebruik van hamers, legt zijn materiaal op lood en begint het te slaan totdat de gewenste vorm ontstaat. Zo kan ik het geanodiseerde aluminium mooie structuren meegeven. Ik vervaardig op die wijze bolvormige objecten, die ik ‘sandwich broches’ noem. Door veel te experimenteren en allerlei ideeën uit te proberen, heb ik een geheel eigen manier en stijl van werken ontwikkeld. Die reis naar nieuwe creaties daagt mij uit.”

Sylvia Blickman

 

NATUUR ALS INSPIRATIE

Sylvia kan overal inspiratie opdoen. Vaak wordt ze spontaan door nieuwe ideeën overvallen. “Voor mijn atelier staan twee mooie hortensia’s. In het najaar van 2010 blies de wind toevallig wat droge hortensiablaadjes naar binnen. Ik zag het prachtige nervenpatroon en dacht: daar móet ik wat mee. Vervolgens heb ik ontdekt dat je de mooie blaadjesstructuur kunt persen in het geanodiseerde aluminium. Vervolgens zaag ik het resultaat uit in de vorm van vlinders. Zo is de sieraadserie Bloemvlinders ontstaan. Omdat ik alle bloemblaadjes slechts eenmalig gebruik, zijn het allemaal unieke objecten om te dragen.”

Sylvia is een echt natuurmens. Zo fietst ze na haar werk in het atelier graag naar het strand om nog even in zee te zwemmen. Alles wat ze ziet, voelt en ervaart, kan Sylvia prikkelen tot een volgende serie van kunstzinnige objecten. “Ik zag ooit op het strand een aangespoelde kwal. Veel mensen denken dan: wat een vies beest! Maar ik zag die prachtige belijningen en mooie structuur. Dat triggert mij enorm. Ik ontdekte vervolgens dat de nervenstructuur van de OostIndische kers heel erg lijkt op die van kwallen. Door de blaadjes van deze bloem vervolgens in het geanodiseerde aluminium te persen, kun je in het materiaal de belijning van een kwal creëren. Vervolgens sla ik het aluminium bol en creëer je een prachtige kwallenbroche.”

Schelpen die ze vond in Portugal zorgde voor het idee van een heuse serie oester-sieraden inclusief parels. En een lange wandeltocht langs robuuste natuur in Midden-Amerika gaf haar het inzicht voor mooie vulkanenbroches met fraaie lavastromen. “Steeds nieuwe creaties verzinnen en mezelf blijven vernieuwen en uitdagen, dat boeit me enorm. De rust en heerlijk alleen werken in mijn atelier; experimenteren, uitproberen en dingen weer wegsmijten. Zo kom ik steeds weer tot nieuwe creaties.”

HERDENKEN

Ook creëerde Sylvia speciale herdenkingsbroches. “Als iemand overleden is en begraven wordt, vind je bij het graf een tastbare plek om diegene te gedenken. Dat is vaak niet zo als iemand na een crematie wordt uitgestrooid. Nu heb ik in opdracht ook sieraden gemaakt, waarin een klein beetje as van de overledene is verwerkt. Dat zijn heel persoonlijke en speciale sieraden, waarin ik naast de as ook een klein hartje en overdrijvende wolken heb gerealiseerd. Deze broches draag je als het ware op je hart, waardoor een geliefde voor je gevoel nog heel dicht bij je is en blijft. Mijn ideeën en kennis heb ik ook altijd graag gedeeld met anderen. Zo heb ik 35 jaar lesgegeven. Ik probeerde mijn leerlingen graag op een ander been te zetten. Hen iets nieuws te laten maken; iets wat ze nog niet kenden. Dan zei ik: ‘Kijk eens op een andere manier naar wat je voor je hebt.’ Zo creëer je iets nieuws, unieks en eigenzinnigs.”

Tekst: Marc Kok /  Fotografie: Donald van Hasselt, Sylvia Blickman en Marc Kok. Dit artikel is eerder gepubliceerd in de 58e editie van de Haarlemse Stadsglossy.

Haarlem is een galerie rijker, een eigenwijze galerie om precies te zijn. Eigenaar Saskia de Wal Post wil met Galerie Olivijn de kunstdrempel verlagen en met name de nieuwe kunstkijker uitnodigen om zich te laten verrassen. Saskia de Wal Post: “Ik heb een andere kijk. Maak intuïtief mijn keuzes en wil soms een beetje schreeuwen.”

Galerie Olivijn bevindt zich boven het tevens spiksplinternieuwe restaurant Olivijn aan de Kleine Houtstraat. Het restaurant wordt gerund door haar man, Meesterkok Menno Post. “Wij willen een huiselijke sfeer neerzetten, maar wel hoogwaardig eten serveren. Het exposeren van kunst past hier goed bij.” In het restaurant is ruimte om kunst te tonen en in de galerie is ruimte voor private (galerie) diners en vergaderingen. Gasten mogen hun aperitief of dessert nuttigen in de galerie om rustig de kunst tot hun door te laten dringen.

In het restaurant hangt momenteel het werk van Ron Greve. Extreem scherpe en kleurrijke stillevens van glazen waarop altijd één glas gebroken is. Zijn foto’s zijn abstracte familie portretten. Eén gebroken glas, want er is altijd wel iemand stuk binnen een gezin. Vooral de kleur in zijn werk trekt de aandacht en heeft het restaurant body. Het restaurant en de galerie gaan samen een bijzondere verbinding aan.

Spannende beelden

Saskia is fotograaf, foodfotograaf. Ze fotografeert eten voor diverse bladen en kookboeken. Daarnaast maakt ze vrij werk, hierin combineert ze eten en sensualiteit. Haar foto’s zijn kleurrijk, gedurfd en nodigen de toeschouwer uit om nog een keer te kijken. In haar nieuwste serie fotografeert ze vrouwen die eten. Extreem genieten van hun eten. Zonder regels. “Juist omdat etende mensen fotograferen not done is creëert dit spannende beelden. Maar vooral omdat echt genieten vaak vergeten wordt.”

In eerste instantie wilde Saskia alleen haar eigen werk tentoonstellen in het restaurant. “Later ontstond het idee van een galerie. Want hoe mooi is het om ook andere kunstenaars een podium te kunnen bieden?”, zegt Saskia vol enthousiasme. Galerie ervaring heeft ze niet. “Ik denk dat dat mijn kracht is. Ik wil intuïtief te werk gaan, enkel werk tonen dat mij raakt. Ik wil de ziel van de kunstenaar voelen als ik naar een werk kijk. Pas dan kan ik enthousiast over een werk vertellen.” Een van haar ontdekkingen is Oliver Gouwenberg. Hij is recent afgestudeerd aan de fotoacademie. Zijn afstudeerproject ging over zijn dementerende schoonmoeder. Elke dag komt zij langs voor het avondeten. Hij legde haar niet vast, maar haar zakdoekje. Precies aan de kreukels kan hij zien wat voor mood zijn schoonmoeder heeft.

Onbevangenheid

Naast een podium bieden, wil ik ook de kunstenaars steunen in hun ondernemerschap. Zelf heeft ze het ondernemerschap geleerd met vallen en opstaan. “Door mijn onbevangenheid heb ik mij achteraf soms veel te goedkoop op de markt gezet. Ik wil graag anderen behoeden voor dezelfde fouten. Als kunstenaar moet je jezelf tegenwoordig goed kunnen presenteren en ook zakelijk weten wat je aan het doen bent.”

Op haar vrije dagen slentert ze door Haarlem. Wat is het kunstaanbod? In andere galeries, musea, maar ook in ateliers. “Ik ben nog aan het aftasten wat ik wel en niet kan presenteren. Ik heb een voorliefde heb voor fotografie en Haarlemse kunstenaars. Ik ben relatief veilig gestart, maar verwacht dat ik steeds meer gedurfde keuzes ga maken.”

Een dronevlucht boven de stad, dansende mannen in het bos, een bootje op kabbelend water. Herman van den Heuvel schildert zijn video-animaties beeld voor beeld. Hij zoekt de thematiek dicht bij huis of laat zich inspireren door beelden die hem raken uit het nieuws.

In het Garenkokerskwartier langs het spoor bewoont Herman met zijn vriendin sinds vijftien jaar een huis met op de eerste verdieping zijn atelier. In de twee kamers gescheiden door een schuifdeur staan aan de ene kant een bureau met computer en aan de andere kant zijn fotografie- en schilderspullen. Het schilderen leerde Herman op de Stadsacademie voor Toegepaste Kunsten in Maastricht. Sinds vijf jaar experimenteert hij met het samenvoegen van schilder-, animatie- en videotechnieken. Hij schildert losse filmstills, fotografeert ze en monteert ze vervolgens tot een videoloop.

“Voor mijn gevoel ben ik nog maar net bezig. Het is erg arbeidsintensief, zoveel filmpjes maak ik niet per jaar. Voor zes minuten film heb ik vijfhonderd geschilderde beelden nodig. Ik zit nog midden in het ontwikkelingsproces. Van huis uit ben ik schilder, maar met een nieuw eindresultaat, het doek is een video geworden. De achterliggende gedachte was, dat ik mijn schilderijen wilde laten bewegen. Gaandeweg kwam ik hier op uit en ben nu tevreden met het resultaat. De animaties hebben mijn handschrift en thematiek.”

Wat is je thematiek?

“Ik heb veel bootjes geschilderd, vakantiehuisjes, landschappen en mensfiguren. Het zijn ook beelden uit de actualiteit waar ik mee werk. De oorlogssituatie in Syrië bijvoorbeeld. Ik schilder geen oorlogsbeelden maar de menselijke kant, de ellende die je ziet. Het is figuratief geschilderd, maar met andere elementen die mijn eigen wereld laten zien. De wereld in mijn hoofd. Ik laat het voorbeeld los en dan ontstaat er iets dat ik niet van tevoren heb uitgedacht. Ik vind dat veel interessanter, spannender dan de werkelijkheid na schilderen.”

 

Hoe ben je op het idee gekomen het schilderen te combineren met video?

“Het kwam door mijn werk, ik ben dtp-er en heb veel interesse in de digitale media en digitale animatie. Ik wilde de twee werelden bij elkaar brengen, het schilderen en bewegend beeld. Mijn eerste animatie was ‘de stenengooier’, een universeel beeld van verzet. Het filmpje bestaat uit zestig geschilderde stills.” Herman laat de animatie zien op zijn computer. Een jongen reikt ver naar achteren en werpt een steen, steeds opnieuw. “Ik heb deze tijdens de Kunstlijn laten zien en mensen stonden echt gehypnotiseerd te kijken. Het verraste me dat die video zo’n effect had.”

Heb je dat zelf ook, dat je moet blijven kijken?

“Ja zeker, ik kan er heel lang naar kijken.” Herman pakt zijn muis en zoekt een andere animatie op zijn computer. “Deze bijvoorbeeld.” In beeld verschijnt een dansende man, je hoort zijn voeten op de grond neerkomen. Er komt nog een mannetje bij, het wordt een groep, twee groepen, het lijkt op een dans. Het geluid van de voeten klinkt harmonisch. “Je moet hem nu wel helemaal afkijken, op een gegeven moment gebeurt er iets.” Het geluid wordt luider, chaotisch en uiteindelijk onprettig, het lijkt op marcherende laarzen. “Ik heb dit vooraf niet zo bedacht, maar tijdens de montage ontdekte ik dat, hoe meer mannetjes ik toevoegde hoe minder leuk het werd. De sfeer slaat om van vrolijk naar dreigend. Hier blijf je naar kijken.”

Herman loopt naar het schildergedeelte van zijn atelier, verfspatten op de vloer, vrij uitzicht aan de achterkant. Er staat een kleine fotografeer-set met wit decor, bovenin hangt een camera. Hij wijst het kader aan waar hij de beelden inlegt om te voorkomen dat ze verschuiven en de video uiteindelijk niet meer klopt. Verderop ligt een hoge stapel schilderijtjes van twintig bij vijfentwintig centimeter, een bootje dobbert op het water. Herman laat zien hoe het ene beeld steeds ietsje verschilt van het andere waardoor de boot in beweging komt. Aan de muren hangen voorstudies, de meeste in zwart-wit. De kunstenaar gooit de balkondeuren open en zet buiten drie grote werken neer uit de tijd dat hij alleen nog schilderde. Een trein rijdt langs met piepende wielen.

Herman wil nog één video laten zien, de animatie ‘Drone’. “Naar aanleiding van de situatie in het Midden-Oosten, helikopters die in de nacht rondcirkelen boven een stad, wilde ik een soort ‘dashcam’ achtig beeld creëren. Ik wilde het niet letterlijk naschilderen, daarom heb in een 3D- programma een dorpje gebouwd, daar een animatie van gemaakt en die weer geschilderd. Fictief en geabstraheerd eigenlijk. De beelden in het filmpje sluiten naadloos op elkaar aan, je kunt het begin en einde niet meer zien.”

Wat wil je laten zien of duidelijk maken met je video’s?

Herman denkt lang na. “De tegenstelling tussen de lichte en de donkere kant van de wereld intrigeert mij. Vrolijke beelden van vakantiehuisjes met een zwartgrijze achtergrond. Daar zit een dreiging in, zo gezellig is het blijkbaar allemaal niet. Het mooist is als een beeld of animatie omklapt van vrolijk naar dreigend. Dat vind ik een spannend gegeven. Mijn werk is mijn eigen ontdekkingsreis, misschien is dat wel mijn doel. Het exploreren van de donkere kant van de wereld en ook mijn eigen donkere kant. Het is een reis zonder eindpunt.”


Herman van den heuvel is mede-oprichter van BEAM THIS! een nieuw initiatief voor mediakunst. Een avond lang projecteren mediakunstenaars en beeldmakers hun werk tegelijk in één ruimte. Op 24 november zal de eerste avond plaatsvinden bij 37PK in Haarlem.

Tekst: Meta van der Meijden/ Fotografie: Debbie Saul Dit artikel is eerder gepubliceerd in de 57e editie van de Haarlemse Stadsglossy.