Haarlem is een galerie rijker, een eigenwijze galerie om precies te zijn. Eigenaar Saskia de Wal Post wil met Galerie Olivijn de kunstdrempel verlagen en met name de nieuwe kunstkijker uitnodigen om zich te laten verrassen. Saskia de Wal Post: “Ik heb een andere kijk. Maak intuïtief mijn keuzes en wil soms een beetje schreeuwen.”

Galerie Olivijn bevindt zich boven het tevens spiksplinternieuwe restaurant Olivijn aan de Kleine Houtstraat. Het restaurant wordt gerund door haar man, Meesterkok Menno Post. “Wij willen een huiselijke sfeer neerzetten, maar wel hoogwaardig eten serveren. Het exposeren van kunst past hier goed bij.” In het restaurant is ruimte om kunst te tonen en in de galerie is ruimte voor private (galerie) diners en vergaderingen. Gasten mogen hun aperitief of dessert nuttigen in de galerie om rustig de kunst tot hun door te laten dringen.

In het restaurant hangt momenteel het werk van Ron Greve. Extreem scherpe en kleurrijke stillevens van glazen waarop altijd één glas gebroken is. Zijn foto’s zijn abstracte familie portretten. Eén gebroken glas, want er is altijd wel iemand stuk binnen een gezin. Vooral de kleur in zijn werk trekt de aandacht en heeft het restaurant body. Het restaurant en de galerie gaan samen een bijzondere verbinding aan.

Spannende beelden

Saskia is fotograaf, foodfotograaf. Ze fotografeert eten voor diverse bladen en kookboeken. Daarnaast maakt ze vrij werk, hierin combineert ze eten en sensualiteit. Haar foto’s zijn kleurrijk, gedurfd en nodigen de toeschouwer uit om nog een keer te kijken. In haar nieuwste serie fotografeert ze vrouwen die eten. Extreem genieten van hun eten. Zonder regels. “Juist omdat etende mensen fotograferen not done is creëert dit spannende beelden. Maar vooral omdat echt genieten vaak vergeten wordt.”

In eerste instantie wilde Saskia alleen haar eigen werk tentoonstellen in het restaurant. “Later ontstond het idee van een galerie. Want hoe mooi is het om ook andere kunstenaars een podium te kunnen bieden?”, zegt Saskia vol enthousiasme. Galerie ervaring heeft ze niet. “Ik denk dat dat mijn kracht is. Ik wil intuïtief te werk gaan, enkel werk tonen dat mij raakt. Ik wil de ziel van de kunstenaar voelen als ik naar een werk kijk. Pas dan kan ik enthousiast over een werk vertellen.” Een van haar ontdekkingen is Oliver Gouwenberg. Hij is recent afgestudeerd aan de fotoacademie. Zijn afstudeerproject ging over zijn dementerende schoonmoeder. Elke dag komt zij langs voor het avondeten. Hij legde haar niet vast, maar haar zakdoekje. Precies aan de kreukels kan hij zien wat voor mood zijn schoonmoeder heeft.

Onbevangenheid

Naast een podium bieden, wil ik ook de kunstenaars steunen in hun ondernemerschap. Zelf heeft ze het ondernemerschap geleerd met vallen en opstaan. “Door mijn onbevangenheid heb ik mij achteraf soms veel te goedkoop op de markt gezet. Ik wil graag anderen behoeden voor dezelfde fouten. Als kunstenaar moet je jezelf tegenwoordig goed kunnen presenteren en ook zakelijk weten wat je aan het doen bent.”

Op haar vrije dagen slentert ze door Haarlem. Wat is het kunstaanbod? In andere galeries, musea, maar ook in ateliers. “Ik ben nog aan het aftasten wat ik wel en niet kan presenteren. Ik heb een voorliefde heb voor fotografie en Haarlemse kunstenaars. Ik ben relatief veilig gestart, maar verwacht dat ik steeds meer gedurfde keuzes ga maken.”

Een dronevlucht boven de stad, dansende mannen in het bos, een bootje op kabbelend water. Herman van den Heuvel schildert zijn video-animaties beeld voor beeld. Hij zoekt de thematiek dicht bij huis of laat zich inspireren door beelden die hem raken uit het nieuws.

In het Garenkokerskwartier langs het spoor bewoont Herman met zijn vriendin sinds vijftien jaar een huis met op de eerste verdieping zijn atelier. In de twee kamers gescheiden door een schuifdeur staan aan de ene kant een bureau met computer en aan de andere kant zijn fotografie- en schilderspullen. Het schilderen leerde Herman op de Stadsacademie voor Toegepaste Kunsten in Maastricht. Sinds vijf jaar experimenteert hij met het samenvoegen van schilder-, animatie- en videotechnieken. Hij schildert losse filmstills, fotografeert ze en monteert ze vervolgens tot een videoloop.

“Voor mijn gevoel ben ik nog maar net bezig. Het is erg arbeidsintensief, zoveel filmpjes maak ik niet per jaar. Voor zes minuten film heb ik vijfhonderd geschilderde beelden nodig. Ik zit nog midden in het ontwikkelingsproces. Van huis uit ben ik schilder, maar met een nieuw eindresultaat, het doek is een video geworden. De achterliggende gedachte was, dat ik mijn schilderijen wilde laten bewegen. Gaandeweg kwam ik hier op uit en ben nu tevreden met het resultaat. De animaties hebben mijn handschrift en thematiek.”

Wat is je thematiek?

“Ik heb veel bootjes geschilderd, vakantiehuisjes, landschappen en mensfiguren. Het zijn ook beelden uit de actualiteit waar ik mee werk. De oorlogssituatie in Syrië bijvoorbeeld. Ik schilder geen oorlogsbeelden maar de menselijke kant, de ellende die je ziet. Het is figuratief geschilderd, maar met andere elementen die mijn eigen wereld laten zien. De wereld in mijn hoofd. Ik laat het voorbeeld los en dan ontstaat er iets dat ik niet van tevoren heb uitgedacht. Ik vind dat veel interessanter, spannender dan de werkelijkheid na schilderen.”

 

Hoe ben je op het idee gekomen het schilderen te combineren met video?

“Het kwam door mijn werk, ik ben dtp-er en heb veel interesse in de digitale media en digitale animatie. Ik wilde de twee werelden bij elkaar brengen, het schilderen en bewegend beeld. Mijn eerste animatie was ‘de stenengooier’, een universeel beeld van verzet. Het filmpje bestaat uit zestig geschilderde stills.” Herman laat de animatie zien op zijn computer. Een jongen reikt ver naar achteren en werpt een steen, steeds opnieuw. “Ik heb deze tijdens de Kunstlijn laten zien en mensen stonden echt gehypnotiseerd te kijken. Het verraste me dat die video zo’n effect had.”

Heb je dat zelf ook, dat je moet blijven kijken?

“Ja zeker, ik kan er heel lang naar kijken.” Herman pakt zijn muis en zoekt een andere animatie op zijn computer. “Deze bijvoorbeeld.” In beeld verschijnt een dansende man, je hoort zijn voeten op de grond neerkomen. Er komt nog een mannetje bij, het wordt een groep, twee groepen, het lijkt op een dans. Het geluid van de voeten klinkt harmonisch. “Je moet hem nu wel helemaal afkijken, op een gegeven moment gebeurt er iets.” Het geluid wordt luider, chaotisch en uiteindelijk onprettig, het lijkt op marcherende laarzen. “Ik heb dit vooraf niet zo bedacht, maar tijdens de montage ontdekte ik dat, hoe meer mannetjes ik toevoegde hoe minder leuk het werd. De sfeer slaat om van vrolijk naar dreigend. Hier blijf je naar kijken.”

Herman loopt naar het schildergedeelte van zijn atelier, verfspatten op de vloer, vrij uitzicht aan de achterkant. Er staat een kleine fotografeer-set met wit decor, bovenin hangt een camera. Hij wijst het kader aan waar hij de beelden inlegt om te voorkomen dat ze verschuiven en de video uiteindelijk niet meer klopt. Verderop ligt een hoge stapel schilderijtjes van twintig bij vijfentwintig centimeter, een bootje dobbert op het water. Herman laat zien hoe het ene beeld steeds ietsje verschilt van het andere waardoor de boot in beweging komt. Aan de muren hangen voorstudies, de meeste in zwart-wit. De kunstenaar gooit de balkondeuren open en zet buiten drie grote werken neer uit de tijd dat hij alleen nog schilderde. Een trein rijdt langs met piepende wielen.

Herman wil nog één video laten zien, de animatie ‘Drone’. “Naar aanleiding van de situatie in het Midden-Oosten, helikopters die in de nacht rondcirkelen boven een stad, wilde ik een soort ‘dashcam’ achtig beeld creëren. Ik wilde het niet letterlijk naschilderen, daarom heb in een 3D- programma een dorpje gebouwd, daar een animatie van gemaakt en die weer geschilderd. Fictief en geabstraheerd eigenlijk. De beelden in het filmpje sluiten naadloos op elkaar aan, je kunt het begin en einde niet meer zien.”

Wat wil je laten zien of duidelijk maken met je video’s?

Herman denkt lang na. “De tegenstelling tussen de lichte en de donkere kant van de wereld intrigeert mij. Vrolijke beelden van vakantiehuisjes met een zwartgrijze achtergrond. Daar zit een dreiging in, zo gezellig is het blijkbaar allemaal niet. Het mooist is als een beeld of animatie omklapt van vrolijk naar dreigend. Dat vind ik een spannend gegeven. Mijn werk is mijn eigen ontdekkingsreis, misschien is dat wel mijn doel. Het exploreren van de donkere kant van de wereld en ook mijn eigen donkere kant. Het is een reis zonder eindpunt.”


Herman van den heuvel is mede-oprichter van BEAM THIS! een nieuw initiatief voor mediakunst. Een avond lang projecteren mediakunstenaars en beeldmakers hun werk tegelijk in één ruimte. Op 24 november zal de eerste avond plaatsvinden bij 37PK in Haarlem.

Tekst: Meta van der Meijden/ Fotografie: Debbie Saul Dit artikel is eerder gepubliceerd in de 57e editie van de Haarlemse Stadsglossy.

Op 6 april dit jaar werd Haarlem een nieuwe galerie rijker. De naam van de galerie verraad al een beetje dat we hier met een bijzondere galerie te maken hebben: Galerie a Casa is een galerie aan huis. Kunstlijn Haarlem ging eens langs en maakte kennis met haar eigenaar: Marcel Spruijt (1955).

Marcel Spruijjt

Galerie a Casa

Op de rand van de Vijfhoek, vlak bij het Wilsonplein treffen we Marcel aan op zijn adres aan de Raamvest. Een prachtig huis met een ruime voortuin waar gezellige zitjes en kleurige accessoires al iets van zijn belangstelling voor kunst en design laten zien. Elke vrijdag heeft hij zijn serre ingericht als atelier. De aangeboden kunst bestaat voornamelijk uit verlichting en vazen.

Hoe is deze galerie ontstaan?

“Eigenlijk is de basis al gelegd in mijn studietijd. Als jonge student was ik al geïnteresseerd in vormgeving en toegepaste kunst. Op enig moment heb ik toen zelfs mijn eigen verlichting ontwikkeld. Een beetje zoals je bij Lundia je eigen meubels kan vormgeven.”

“Die ervaring heb ik later gebruikt om in 2007 een eigen atelier te beginnen. Ik was en ben werkzaam in de zorg als Orthopedisch Echografist maar besloot toen om twee dagen per week een atelier in design, verlichting en vazen te starten. Op dat moment begon ook zo’n beetje de crisis en na vijf jaar was het gewoon beter om mijn energie weer volledig op mijn oorspronkelijke professie te richten.”

“Maar de passie voor design en toegepaste kunst bleef kriebelen en in 2016 werden daarom de voorbereidingen gestart om voor een dag in de week een eigen galerie te openen. Omdat er werd gekozen voor een galerie aan huis moesten eerst obstakels als een vergunning en wijziging bestemmingsplan worden genomen. Op 6 april 2018 werd uiteindelijk Galerie a Casa geopend.

Galerie a Casa

Waar is je collectie uit samengesteld?

“De collectie bestaat uit toegepaste kunst. Oftewel kunst wat je ook kan gebruiken. Vooral verlichting en vazen. In de toekomst sluit ik andere vormen van kunst niet uit. Fotografie spreekt mij bijvoorbeeld ook tot de verbeelding. Belangrijk bij deze galerie is vooral dat ik het zelf heel erg mooi moet vinden. Ik doe dit vanuit mijn passie en dat kan ik alleen maar volhouden als ik 100% achter elk werk kan staan.”

Hoe stel je jouw collectie dan samen?

“Voornamelijk door heel veel online te zoeken. Eindeloos veel scrollen. En als ik dan wat heb gevonden waar ik echt enthousiast over ben, neem ik contact op met de kunstenaar. Ik kom dan bij hem of haar thuis en als alles klikt komt dat werk bij mij in de galerie te staan. Het is dus een heel persoonlijk samengestelde collectie.”

Galerie a Casa
Galerie a Casa

 

Nieuwsgierig geworden? Marcel Spruijt laat het je graag persoonlijk zien.

Galerie a Casa
Raamvest 3 G
2011 ZH HAARLEM

Openingstijden: Elke vrijdagmiddag van 12.00 tot 19.00 uur.

‘Als we loslaten ontstaat er zoveel moois’

Verdwaalde wegwijzers, motoren die samensmelten met organische vormen en glazen objecten die proberen te ontsnappen uit strakke mallen… Marianne Lammersen (1984) laat zich inspireren door haar eigen verbazing en irritaties uit het dagelijkse leven. Zijn we ons nog wel bewust van onze omgeving en de invloed van techniek op de mens?

Met een spontane glimlach opent Marianne Lammersen, deelnemer van de Kunstlijn Haarlem, de deur van haar atelier op het MAAK-terrein in de Waarderpolder. De ruimte staat vol met kleurrijke glasobjecten, keramiek dat nog staat te drogen en diverse dynamische collages. Ondanks de hoeveelheid objecten en materialen hangt er een fijne rust. Door de zachte kleuren? Het heldere daglicht? Wellicht door de nuchtere levenshouding van de kunstenaar.

‘We verliezen het contact met de omgeving en met wie we zijn’

OMRINGD MET TECHNIEK

Marianne groeide op op het platteland in Friesland. Haar vader sleutelde graag aan motoren, dus van kleins af aan was ze omringd met techniek. Hoe werken die motoren? Wat is de verhouding tussen mens en techniek? Tijdens haar bachelor aan de Aki in Enschede (1996-2002) en haar master aan het Sandberg Instituut in Amsterdam (2007 – 2009) komen de motoronderdelen terug in haar werk. De technische onderdelen smelten samen met zachte, menselijke vormen van de meest uiteenlopende materialen, zoals textiel, glas en keramiek. De harde onderdelen lijken een verlengstuk, onderdeel van de mens te worden.

Kan het ene nog wel functioneren zonder het andere? In 2007 verhuisde het plattelandsmeisje naar het westen, naar de grote stad Amsterdam. “Ik was onder de indruk van de snelheid, van de reusachtige kranen en van de veranderlijke economie. Ik zag in hoe sturend architectuur is, werd ermee geconfronteerd en zocht naar manieren me te verhouden tot de stad.” Vanaf dit moment verschijnen architectonische objecten in haar werk.

GROEIPIJNEN

Naast de mens staat volgens Marianne de architectuur zelf ook onder druk. Die streeft zichzelf voorbij, waardoor onverwachte groeipijnen ontstaan. Dit werd haar duidelijk tijdens haar residentie in China in 2012. Maandenlang werkte Marianne in een keramische werkplaats. De balans en disbalans, de yin en yang zijn hier duidelijk zichtbaar. Aan de ene kant hechten Chinezen veel waarde aan hun tradities, maar aan de andere kant gaat de modernisering sneller dan je je kunt bedenken. Mensen op fietsen met zijspan worden ingehaald door Maserati’s.

“Ik zag voor het eerst de gevolgen van groei. Vele gebouwen worden gebouwd om te bouwen.Vele karkassen staan leeg en raken in verval. Ik zie dit als groeipijn, de negatieve consequenties van ons snelle handelen. De drang om altijd maar aan morgen te denken, doelen te stellen en processen alsmaar productiever te maken haalt ons uit het nu. Hierdoor verliezen we het contact met de omgeving en wellicht ook met wie we zijn. We laten ons met de stroom meevoeren. Ik wil met mijn werk hier geen commentaar op leveren, maar mensen bewustmaken van deze tendens. Zodat ze zelf kunnen kiezen of ze mee gaan met de stroming of dat ze zo nu en dan even blijven stilstaan.”

ORGANISCH PROCES

Om dit wankele evenwicht uit te beelden, kocht Marianne een fiets met zijspan. De wankele zijspan bouwde ze om tot stad. Een stad van porseleinen en gipsen afgietsels van objecten die ze op straat kocht. Ook de mallen zelf zijn onderdeel van de stad om de yin en de yang te benadrukken. Af en niet af, binnen- en buitenkant, maar ook om het proces van keramiek te tonen. Een proces dat volgens haar nooit helemaal af is, net zoals het bouwproces, want er valt altijd wel iets bij te schaven.

Voor Marianne is het concept leidend, maar dit is een organisch proces. Het ene werk, of de schetsen of probeersels hiervan, leiden vaak naar het volgende werk. Samen met de materialen gaat ze, zoals in het dagelijks leven, het proces aan van controleren en loslaten. Zo kunnen mallen het gesmolten glas tijdens het blazen een richting geven, maar tegelijkertijd zoekt het vloeibare materiaal zijn eigen weg. “Je weet nooit hoe intens de kleur wordt of hoe het materiaal zich verspreidt. Deze happy mistakes blijven mij verrassen. Ik vind dat er meer ruimte moet komen voor spontaniteit, want er gebeurt zoveel moois als we loslaten.”

BLIK VAN HERKENNING

Urenlang kan Marianne rommelen in haar atelier. Kijken, denken, aanwezig zijn zonder doel. Tegen vervelen aan. Juist dan komen er creatieve ideeën naar boven.“Het onverwachte brengt je verder en geeft nieuwe inzichten.” Zij werkt graag met bewerkelijke materialen zoals keramiek en glas. “Ik wil mijn handen smerig kunnen maken, maar ook de bewegelijkheid van textiel en de kwetsbaarheid van papier trekken mijn aandacht.” Als een soort puzzels bouwt Marianne haar werken. Schuiven, toevoegen, weghalen, rangschikking, totdat er een spannend beeld ontstaat.

“Spanning vind ik belangrijk in mijn werk. Met name de spanning tussen de mens en zijn leefomgeving. Dit verbeeld ik door ook een spanning te creëren tussen de materialen die ik gebruik. Ik wil de kijker bewustmaken van kwetsbaarheid.” Door figuratieve onderdelen toe te voegen zoals wegwijzers, architectuur en mensen ontstaat er een blik van herkenning. Maar niets is precies zoals we gewend zijn, waardoor verwarring optreedt. In het moment van verwarring, ontstaat er spanning en raakt Marianne de toeschouwer. Want zijn wij in het dagelijks leven ook niet volledig verstrikt geraakt?

NIEUWSGIERIG GEWORDEN NAAR HET WERK VAN MARIANNE LAMMERSEN?

Bekijk www.mariannelammersen.nl, bezoek in juni de Paltz Biënnale in Soest en van 13 mei t/m 29 oktober het Landgoed Anningahof in Zwolle. Tijdens de Kunstlijn Haarlem krijgt Marianne de Gravenzaal van het Stadshuis tot haar beschikking.

 

Tekst: Marjolein Blaauwbroek / Fotografie: Debbie Saul Dit artikel is eerder gepubliceerd in de 56e editie van de Haarlemse Stadsglossy.

“Hopelijk vinden mensen rust in mijn werk”

Verweerd hout op het strand, verroest metaal, de seizoenen die komen en gaan. Maartje Blans ziet schoonheid en kracht in de vergankelijkheid van het leven. Na een jarenlang verblijf in New York en Beijing heeft ze nu een atelier te Haarlem. In haar werk toont Maartje haar fascinatie voor licht en schaduw, leegte en kwetsbaarheid. “Kunst scheppen die alle culturen aanspreekt, dat vind ik mooi.”

Langs een drukke weg in de Waarderpolder ligt het atelier van Blans (1975). Ze is de enige kunstenaar in het rijtje gebouwen. Vrachtwagens rijden af en aan en een machine van de nabij gelegen schrootverwerker bromt monotoon. De herrie om haar heen doet haar weinig. Door de periode in China is ze gewend zich voor geluiden af te sluiten. Haar basis ligt in haar ouderlijk huis vol filosofische boeken en een prachtige tuin. Maartje maakt nog steeds kunst in de lijn van haar vroegere werk als beginnend kunstenaar.

Blans geheel gekleed in het zwart, gaat voor de trap op. Haar atelier is schoon en geordend. Een grote koepel in het dak zorgt voor daglicht. Op de grond staat een ton met rietpluimen en langs de muur een karretje met potten verf en kwasten. “Wanneer ik creëer, heb ik chaos om me heen en laat me leiden door het materiaal dat er ligt. Aan het einde van de dag ruim ik altijd mijn atelier op. Het is fijn om de volgende dag op een nette werkplek te komen. Daarnaast werk ik veel met witte doeken en daarom moet het wel schoon zijn.”

Kan jij je werk benoemen?

“Ik maak voornamelijk installaties en materieschilderijen. Met gelaagde werken op hout, glas of doek, schep ik ruimte. Mijn installaties krijgen door de schaduwwerking gelaagdheid. Afhankelijk van waar je staat en de lichtinval, ervaar je verschillende dieptes. Bij mijn materieschilderijen breng ik meerdere lagen papier aan op het doek of voeg stro, draad en takken toe. Zo krijg je letterlijk reliëf. Ik gebruik zand, verf en zelfs meegenomen as uit mijn kolenkachel in China. Door er met een penseel in te krassen ontstaat beweeglijkheid en door de verschillende verflagen ontstaat gelaagdheid. Ik ben gefascineerd door het aanbrengen van lagen, ze weg te halen en weer opnieuw aan te brengen.”

“Mijn werk bevat steeds dezelfde thematiek, vergankelijkheid. Het is mooi hoe dingen vergaan maar ook weer opkomen. Zoals de seizoenen, ze zijn tijdelijk maar ook eeuwig. Ik zie daar de schoonheid en de kracht van kwetsbaarheid in. Hopelijk vinden mensen rust in mijn werk en kunnen ze in de gelaagdheid zelf iets ontdekken. Mijn kunst is meestal zonder titel, de kijker kan zelf invullen wat het voorstelt.”

Maartje loopt naar een groot houten paneel op een ezel. Aan spijkers hangen zwart ingekleurde figuren, ze ogen fijntjes. Ze kantelt het doek naar voren waardoor de werkjes bungelen. “Door zonlicht of een spotje ontstaat er een hele sterke schaduwwerking. Het zijn eigenlijk kwetsbare figuren, maar ze ogen krachtig, met name door het zwart van de werkjes tegen de witte achtergrond. Ik hou van contrast.”

Waar haal jij je inspiratie vandaan?

“De natuur is voor mij een grote inspiratiebron. Mijn werken zijn vrij abstract, je ziet de natuur niet altijd duidelijk terug, maar er zijn zeker raakvlakken. De een ziet er een berkenbos in en de ander het riet langs de waterkant. Mijn installaties met draad en kunststof zijn geïnspireerd op voorbijdrijvende wolken en kabbelende beekjes, maar men mag er ook wat anders in zien. Mist, rook, bewegend water, zand dat opwaait, buigend riet, juist het voorbijgaande intrigeert mij.”

Zijn je jaren in Beijing van invloed op je werk?

“In China zagen de traditioneel geschoolde kunstenaars Chinese inktschilderingen in mijn kunstwerken. Zij zetten met één penseelstreek een flow neer, die in verhouding staat tot het wit op het doek. Dat heb ik ook in veel van mijn werken. In de leegte van het kunstwerk zit zo veel betekenis. De Chinezen vonden mijn kunst Boeddhistisch, maar dat ben ik helemaal niet. Je hebt natuurlijk altijd te maken met de kijker en de context van de plek waar je tentoonstelt. Dat vond ik leerzaam in China. Ook heb ik veel geleerd van nieuwe materialen als rijstpapier en inkt en ben ik groter werk gaan maken.“

Op tafel staan een vaas met takken en een Chinees bakje met daarop een blauwe draak. Maartje schenkt jasmijnthee en serveert bonbons op een schaaltje uit de door haar ontworpen servieslijn. Ze pakt een boek met foto’s van haar werk. Voorin staat een gedicht van Lucebert: ‘Visser van Ma Yuen’. Een tekst waar ze veel inspiratie uithaalt over wolken, vogels, golven en vissen. “Het is gebaseerd op een dertiende-eeuws Chinees schilderij, ik vind het een prachtig gedicht. Het is niet echt duidelijk wat er met de woorden bedoeld wordt, maar dat is juist zo mooi. De sfeer, het ritme en de suggestie raken je. Hier speel ik zelf ook graag mee. Ik wil dat de beschouwer iets ervaart in het werk, zonder dat ik zeg wat dat is. Dat kan een moment van verstilling zijn of van ontroering. Het is altijd mooi als mensen kalm, boos, verdrietig of blij worden van kunst. Toen ik 16 jaar was, had ik zelf een moment van verstilling bij een werk van Rothko. Ik kon het niet uitleggen, maar het gaf me rust en daar ben ik altijd naar op zoek in de natuur en in poëzie. Als ik kunst maak, ervaar ik het.”

Werk van Maartje Blans is te zien vanaf 6 april in Galerie de Kapberg in Egmond aan den Hoef. Atelierbezoek is mogelijk op afspraak. www.maartjeblans.nl

Maartje Blans

Tekst: Meta van der Meijden /  Fotografie: Debbie Saul Dit artikel is eerder gepubliceerd in de 55e editie van de Haarlemse Stadsglossy.