“Ik moet het gewoon voelen”

Ruwe, losse schilderstoets, kleurrijke schutterstukken en het levendig vastleggen van de ‘gewone’ mens. Dit zijn geen eigenschappen waarmee een hedendaagse kunstenaar nog indruk zal maken, maar in de 16e eeuw was dit buitengewoon uitzonderlijk! Dat vonden dé moderne schilders zoals Manet en Van Gogh uit het einde van de 19e eeuw ook. Het Frans Hals Museum brengt deze twee werelden samen in Frans Hals en de Modernen. Ik had de eer om namens de Kunstlijn Haarlem door Marrigje Rikken, curator van de tentoonstelling vol trots rondgeleid te worden.

Onbegrepen kunstenaar

Frans Hals werd in zijn eigen tijd vaak niet begrepen. Niet alleen door zijn vrije manier van schilderen, maar ook door zijn ruige manier van leven. Hij had het imago van een losbandige dronkaard en zijn talent werd mede daarom in zijn eigen tijd genegeerd. In het einde van de 19e eeuw kwam hier verandering in. Het academisch schilderen maakte plaats voor modernere schilderstijlen. Geen strenge regels meer. De kunstenaars probeerden sfeer en beweging te vangen op hun doek. Dit vroeg om een lossere manier van schilderen.

Het werk van de onbegrepen kunstenaar werd opeens bewonderd. Grote namen als Édouart Manet, Max Liebermann, John Singer Sarget en Vincent van Gogh reisden per boot of trein naar Haarlem om het werk van Frans Hals te bekijken. Hoe zette hij die losse toets neer? Hoe kan enkel met kleur een vorm worden neergezet? James Whistler zou het museumbezoeken verschrikkelijk hebben gevonden, maar Frans Hals was volgens hem de moeite waard, vertelt Marrigje. Ook zouden kunstenaars over het draad zijn gesprongen om de vorm van de toetsen letterlijk te kunnen voelen. Hoe deed hij dat?!

b. studie hand Max Liebermann o. studie handen Jacobus van Looy

Schildersezels in Stedelijk Museum van Haarlem

Eindeloos nageschilderd

Het Frans Hals Museum aan het Groot Heiligland werd pas geopend in 1912, daarvoor hing zijn werk op de zolder van het Stadshuis in het Stedelijk Museum van Haarlem. Om te kunnen ervaren hoe Frans Hals te werk ging werd zijn werk eindeloos nageschilderd. De zolder werd vol gebouwd met ezels. Delen van schilderijen, maar ook hele schutterstukken werden tot in detail gekopieerd. De kopieën en originele werken in de tentoonstelling zijn soms niet van elkaar te onderscheiden. Naast de kopieën, worden ook enkele foto’s van de zolder getoond om een tijdsbeeld te creëren. Kan je voorstellen dat de studenten van de Rietveld academie niet alleen een schetsboekje meenemen naar het Stedelijk Museum maar hun halve atelier?

De kunstenaars gingen verder dan enkel kopiëren. Zij werden geïnspireerd en namen de spontane poses uit zijn werk over, ook verschenen er meer geportretteerde kinderen en vrouwen van genot. In elke zaal wordt een eigenschap of thema uit het werk van Frans Hals uitgelicht. Hierdoor kan het werk van Hals goed vergeleken worden met de modernisten.

Lachende jongen, Robert Henri, 1910

Kop van een prostituee, Vincent van Gogh, 1885

 

De kragenparade

Een van de favoriete zalen van Marrigje is ‘de kragenparade’. De modernisten vonden de 16e-eeuwse kragen zo interessant dat ze vrienden en familie lachend mét kraag vereeuwigden. Er zijn zelfs foto’s van kunstenaarsfeesten waarbij iedereen verkleed gaat in 16e-eeuwse kostuums. De kunstenaars doken letterlijk in de huid van Frans Hals.

De tentoonstelling wordt afgesloten met aandacht voor fotografie uit het einde van de 19e eeuw. “De manier hoe Frans Hals portretten schilderde doet veel denken aan fotografie. Zowel door de onderwerpen, maar ook door het spel van licht en schaduw en de spontane manier van vastleggen”, aldus Marrigje.

Portret van de schiler Antoine Guillement, Ferdinand Roybet, 1900

Foto 19e-eeuwse verkleedpartij

Losser in het leven

Als we denken aan het werk van de modernisten komen vaak de sfeervolle stadsbeelden en kleurrijke landschappen naar boven. Frans Hals schilderde juist oneindig veel portretten. De tentoonstelling bestaat dan ook enkel uit (groeps)portretten. Geen statige portretten, maar vele glimlachen en speelse blikken. Was de eind van de 19e eeuw een kleurrijke periode of inspireerde Frans Hals de schilders om losser in het leven te staan? Zowel in het dagelijks leven als op het doek?

 

Portretten modernisten met losse schilderstoets

 

Schets Frans Hals aan het werk

 

 

Frans Hals en de Moderen is in het Frans Halsmuseum te zien t/m 24 februari 2019 

 

Kijk voor meer informatie over de expositie in Paviljoen Welgelegenop de groepspagina van Haarlems Sieraad Collectief.

Expositie:

Provinciehuis/Paviljoen Welgelegen
Dreef 3
2012 HR HAARLEM

Te zien tot 12 januari 2018

Openingstijden:

werkdagen van 09.00 tot 17.00 uur

De kunst van sieraden

Kunstlijn Haarlem heeft een enorme diversiteit in kunst en kunstenaars in het assortiment. Ook zijn verschillende invloeden en stijlen te zien, van (klassieke) schilderkunst tot beeldhouwwerk, installaties en videokunst. Ook komt er steeds meer plaats voor keramiek en vormgeving. En… een interessant collectief die ambacht en schoonheid combineert is het Haarlems Sieraad Collectief (HSC).
Volgens Van Dale is een sieraad iets dat de schoonheid verhoogt” of “een voorwerp van edelmetaal, gezette edelsteen enz. waarmee je je tooit”. Schoonheid en materialiteit zijn dus belangrijk, en dat geldt voor de sieraad vormgevers van HSC net zo goed!

Het Haarlems Sieraad Collectief

In 2007 richtten sieraad vormgevers Brigit Daamen, Carla Nuis, Floor Max, Hilde Foks, Jennifer Hoes, Sylvia Blickman en Annemiek Steenhuis het Haarlems Sieraad Collectief (HSC) op. Het doel? Sieraadkunst als autonome kunstvorm promoten en zo het productieklimaat hiervan verbeteren. Voor allen is de ambachtelijkheid en professionaliteit de belangrijkste gemene deler, en de bindende factor. Van iedere vormgever zijn wereldwijd sieraden tentoongesteld en vertegenwoordigd in diverse galeries.

Elke vormgever, of elk toegepast kunstenaar, haalt inspiratie uit hele andere dingen: het menselijk lichaam, de natuur of de drang om ‘iets’ uit het niets te scheppen. Niet alleen de werkwijze, maar ook de visie en het materiaalgebruik variëren per kunstenaar.

Juist de diversiteit en creativiteit van de verschillende sieraadvormgevers van het Haarlems Sieraden Collectief maken het aanbod en de opzichzelfstaande kunstwerken uiterst interessant. Trouwens, het HSC maakt niet alleen sieraden, ook worden regelmatig tentoonstellingen georganiseerd met werk van de deelnemende vormgevers. Soms met elkaar, soms individueel. Voor het Kunstlijn Haarlem evenement wordt een tentoonstelling gemaakt over het moderne sieraad, het medium voor persoonlijke expressie maar binnen het domein van kunst. Deze is te zien tot 12 januari 2018 in Paviljoen Welgelegen.

Gevarieerde schatkist

Het is op een druilerige woensdagmiddag dat ik besluit de schatkist met kunstenaars van Kunstlijn Haarlem eens te openen. Enigszins verbaasd kijk ik de kist in. Het is ongelooflijk wat voor talenten er allemaal bij elkaar komen dit jaar! Het doet mijn kunsthistorische hart razendsnel kloppen.
Niet alleen brengt Kunstlijn Haarlem beeldhouwers, tekenaars of schilders bij elkaar. Meer dan anders wordt er deze editie ook aandacht besteed aan design! Maar, wat is design precies? Wat valt er allemaal onder ‘design’?

Vormgeving

De Dikke Van Dale beschrijft ‘design’ als volgt:

de·sign (de/het; m en o)
1 vormgeving

Ok… Vormgeving. Dat is nog steeds een vrij groot begrip, niet? Dan kan eigenlijk alles binnen design vallen: keramiek, grafisch ontwerp, meubels maar ook geschilderde tegels, vazen, sieraden en allerhande gebruiksvoorwerpen. In feite alles wat ons dagelijks leven vormgeeft dus.

Terecht is er in de afgelopen jaren voor design als specifieke kunstvorm steeds meer aandacht. Niet alleen is er ruimte voor kunstgeschiedenis, maar bijvoorbeeld ook voor designgeschiedenis op verschillende Nederlandse universiteiten. Want waar komen die producten die wij dagelijks gebruiken eigenlijk vandaan? Hoe zag de allereerste typemachine er uit?

Door design kan men, misschien nog meer dan met andere kunstvormen, kennis opdoen over de wereld. Eigenlijk gaat het over alles, is het alomvattend. Het is een verlangen om aan “dingen” vorm te geven, om een persoonlijk idee op een hele praktische manier over te dragen. Een groot pluspunt is dat men zich met design bijna altijd kan identificeren: iedereen weet wat voor voorwerp er voor hem staat, hoe gek of hysterisch het design ook is!

Design als kunstvorm

In musea en in galeries krijgt design langzaam maar zeker een groter podium. Het Museum Boijmans van Beuningen organiseerde twee jaar geleden een Design Derby, het Stedelijk Museum in ’s-Hertogenbosch spitst zich tegenwoordig vrijwel uitsluitend toe op designtentoonstellingen. Op kunstbeurzen zijn er aparte designpaviljoenen en ook galeries beginnen met de verkoop van designobjecten naast beeldende kunst.

Tafels en Stoelen

Uiteraard kan Kunstlijn Haarlem niet achterblijven! Twee geballoteerde kunstenaars zijn bijvoorbeeld Lies Rollmann en Paul van Zijp.

In het werk van Rollmann komt keramiek, meubel- en grafisch ontwerp samen in haar tegeltafels. Ze besteedt veel aandacht aan de kwaliteit van het materiaal. Zo werkt ze graag met keramische glazuren die de werken volgens haar een extra levendigheid geven. Deze glazuren maakt en ontwikkelt ze overigens zelf. Over de tegeltafels zegt ze het volgende: “De tegeltafels zijn een beetje een vergeten meubelgenre, populair in de 50 en 60-er jaren. De frames voor mijn tafels zijn zo rank mogelijk om te compenseren voor het zware van de tegels en om ze een moderne uitstraling te geven.”

Lies Rollman

Design kunst van Kunstlijn Haarlem deelneemster Lies Rollmann

Paul van Zijp studeerde in 2008 aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag in de richting meubelontwerpen. Tijdens zijn studie ontwikkelde Van Zijp een voorliefde voor het ontwerpen van stoelen: “Om te zitten heb je een zitvlak nodig en iets om tegen aan te leunen. Als ontwerper ben je totaal vrij om daaromheen een vorm te bedenken.” Van Zijp’s stoelen zijn doorgaans monumentaal en sculpturaal. Ze bestaan uit een groot of zwaar volume en worden opgebouwd uit geometrische vormen en patronen.

Paul van Zijp

Werk van Kunstlijn Haarlem deelnemer Paul van Zijp

Is dromen niet het mooiste wat er is? Fantaseren. Gewoon even wegdwalen met je gedachtes. Ontsnappen uit de werkelijkheid. Het palet van de hedendaagse kunstenaar is de werkelijkheid: de dingen die wij zien, voelen, proeven en ervaren. Maar wat als kunstenaars dat loslaten en juist gaan spelen met onze verbeelding? Het randje opzoeken tussen de werkelijkheid en een droom. Bladerend tussen de deelnemers van de Kunstlijn Haarlem 2017 viel mijn oog op de fotografie van Eline Sneeuwloper Vergunst en Titus Brein.

Bellenblaas, hoe oud we ook zijn het blijft onze verbeelding prikkelen. Het zweeft, draait, verandert continu subtiel van kleur en is kwetsbaar. Er hoeft maar iets te gebeuren en de bel spat uit één en verdwijnt. Eline Sneewloper Vergunst zoekt dit soort beelden op die ons meenemen naar prille liefde, lente en blijheid.

Lees meer

Opwekken, afleiden en beheersen. Tegenwoordig hebben we elektriciteit onder controle en gebruiken we het voor alles. Bijna niets kan meer worden gemaakt of worden verplaatst zonder dat er elektriciteit aan te pas komt. Ooit werd bliksem werd gezien als straf van hogere hand, tovenarij en zorgden voor veel angst, maar gelukkig ook voor nieuwsgierigheid. In de tweede helft van de achttiende eeuw werd er geëxperimenteerd met het opvangen en opwekken van bliksem. Het Teylers was ooit de plek waar Hendrik Antoon Lorentz (1853-1928) op onderzoek uitging en de Grote Elektriseermachine bouwde. Nu drie eeuwen later toont het Teylers Museum de geschiedenis van elektriciteit in Alles Elektrisch.

“Om wetenschap toe te lichten is verbeeldingskracht nodig. Dit is het moment dat beeldende kunst om de hoek komt kijken”, zegt Terry van Druten conservator kunstverzamelingen. Als aanvulling op het historische verhaal over elektriciteit nodigde het museum drie hedendaagse kunstenaars uit. Want wat betekent elektriciteit voor ons? Hun werken zijn verstopt in ruimtes die normaal gesproken niet toegankelijk zijn voor bezoekers. Blijft elektriciteit dan toch iets mysterieus?

teylers

Gewichtloze duikelaar

In de gehoorzaal, waar van oudsher demonstraties werden gegeven, zweeft een gewichtloze kikker duikelend over een doek. John Gerrard (1974) liet zich inspireren door de kikkerexperimenten van Galvani. Na wat research stuitte hij op een onderzoek uit 1992 van het Spacelab waarin werd getest of kikkers vruchtbaar zijn in de ruimte. Dat bleek zo te zijn! Dat betekent dat wij mensen ons ook kunnen voortplanten in de ruimte.

John Gerrard heeft de omgeving van het onderzoek virtueel nagebouwd. Zo ontstaat er geen film die keer op keer wordt herhaald, maar een realtime 3D-simulatie van het lab. Naast de kikker komen twee handen van een onderzoeker in beeld die als een soort moederfiguur het dier wil opvangen en geruststellen. Maar tevergeefs, ze raken elkaar niet aan. Zo nu en dan schiet er een schok door de kikker waardoor hij om zijn eigen as kantelt. Tijdens de rustige beelden zie je de hartslag. Op de achtergrond enkel het gezoem van de computer.

Hypnotiserende droomwereld

Bij het betreden van het Tuinlab stap je in een hypnotiserende droomwereld van de aarde, planeten enatomen. Pijltjes en rondjes wisselen elkaar af en laten allerlei processen zien. Bill Morrison (1965) dook in het filmarchief van de Britse Electricity Council en componeerde daarmee de nieuwe video ELECTRICITY. Componist en gitarist Bill Frisel ondersteunt de film met indrukwekkende Jazzmuziek. Hierdoor ontstaat een dynamisch spel van lijn, vorm en geluid.

Speelse origamifiguurtjes

TeylersCamille Henrot (1978) duikt in de praktische kant van elektriciteit: een van de weinige momenten dat wij stilstaan bij elektriciteit is als wij de rekening betalen. Zij bouwde een groot zoötroop waarop rekeningen door levensgrote handen worden aangestoken en in diverse speelse origamifiguurtjes worden opgevouwen. In de Grote Herenkamer, de voormalige ingang van de ovale zaal, wordt eindeloos een opname van de draaiende zoötroop getoond. Het verhaal lijkt een soort bewegende strip, die net als elektriciteit blijft doorvloeien. In de verduisterde kamer licht het werk op. We kunnen onze elektriciteitsrekeningen wel verbranden, maar ja hoe zal ons leven er dan uit zien?

 

Alles elektrisch is een tentoonstelling van de Wellcome Collection in Londen, gemaakt in samenwerking met Teylers Museum en het Museum of Science and Industry in Manchester en is te zien vanaf 25 juli t/m 7 januari 2018.